Telegrafie deel 3
inhoud
deel 1
deel 2
deel 4
deel 5
deel 6
deel 7
deel 8
deel 9
deel 10


Inhoud
Start
De telegrafie in Nederland en het centraal-telegraafkantoor in de hoofdstad

Door H. van Eck [?]

Uit: De Natuur - Populair Geïllustreerd Maandschrift, gewijd aan de
Natuurkundige Wetenschappen en hare toepassingen.

Onder redactie van Dr. A. van Hennekeler en Dr. N. van de Wall.
Vierde jaargang 1884.
Utrecht, J.G. Broese



   Eerst in het begin van 1852 werd in ons land tot den aanleg van Rijkstelegrafen (elektro-magnetische) besloten. Er bestonden op dat tijdstip slechts twee telegraaflijnen van bijzondere maatschappijen: die van den Hollandschen IJzeren Spoorweg en die van de Nederlandsche Telegraafmaatschappij tusschen Amsterdam en Nieuwediep (sedert door het Rijk overgenomen.) Den 1sten December van genoemd jaar werd de dienst geopend tusschen de kantoren Amsterdam, Rotterdam, 's Hage, Dordrecht en Breda, en reeds kort daarna kwam ook de eerste aansluiting met het buitenland en wel met België tot stand. Wegens gebrek aan personeel moesten echter de beide laatstgenoemde kantoren spoedig weder voor eenigen tijd worden gesloten. In 1853 (1 Februari) kwam er verbinding met Duitschland (Duisburg) en met Engeland (15 Augustus) en sedert werden ieder jaar een tal van nieuwe wegen en kantoren geopend en nam de telegrafie een vlucht, welke zeker de allerstoutste verwachtingen heeft overtroffen. Zoo waren er op 1 Juli 1884 in Nederland, om ons slechts tot dit land te bepalen, reeds 272 kantoren van bijzondere ondernemingen (op weinig uitzonderingen na Spoorwegmaatschappijen,) terwijl hun aantal nog steeds stijgende is. Onder de laatstgenoemde kantoren zijn niet gerekend de kantoren van Spoorwegmaatschappijen op plaatsen, waar tevens Rijkstelegraafkantoren bestaan, ten getale van 107. In het geheel zijn er dus 550 telegraafkantoren ten dienste van het publiek.
   Die uitbreiding is in den laatsten tijd veel in de hand gewerkt door de vereeniging op kleine plaatsen van den dienst der telegrafie met dien der posterijen (in 1872 tot stand gekomen), waardoor de kosten van onderhoud minder bezwarend worden, zoo ook door de aansluiting van nog kleinere gemeenten aan het Rijkstelegraafnet door middel van telefoonverbindingen (in 1881 begonnen). Deze laatste inrichting is, gelijk van zelf spreekt, minder kostbaar dan die van de gemeenten zelven bij hun gewone werk worden bediend, die daarvoor slechts een geringe toelage behoeven te genieten. Die vergoeding komt ten laste dier gemeenten, welke bovendien ook voor een geschikt lokaal moeten zorg dragen.
   In het geheel zijn er onder de genoemde Rijkstelegraafkantoren 154 zulke vereenigde post- en telegraafkantoren en 49 telefoonkantoren.
   In verscheidene groote steden zijn er bovendien Hulptelegraafkantoren opgericht, die met het Hoofdkantoor in die plaatsen telegrafisch verbonden zijn, als: te Amsterdam 15, te Rotterdam en te 's Hage 4, te Arnhem 2, te Utrecht één. De hulpkantoren maken de exploitatie niet weinig duur, doch bij een goede inrichting van een dienst als die der telegrafie zijn zij onmisbaar te achten. Voor de aanbieding van een telegram moet de gelegenheid gemakkelijk worden gemaakt; in vele gevallen zou anders toch het doel van het telegrafeeren gemist worden. Evenmin mag de bestelling te veel tijd vorderen. Ook daarvoor wordt van de hulpkantoren gebruik gemaakt.
   De volgende cijfers zullen een denkbeeld kunnen geven van de ontwikkeling van het verkeer.
   In 1853 werden door de Nederlandsche Rijkstelegraaf in ronde getallen behandeld 45700:
in 1860 413.000  
in 1870 1.838.000  
in 1880 3.083.000  
in 1881 3.252.000 en
in 1882 3.333.000 telegrammen
(de resultaten over 1883 zijn nog niet bekend gemaakt.)

   Wat de toestellen betreft, worden nog steeds die van het stelsel van Morse, natuurlijk langzamerhand zeer gewijzigd en verbeterd, in de eerste plaats gebruikt. Voor de draden, waarop een druk verkeer is, met name die, welke Amsterdam met Rotterdam, 's Hage, Groningen, Arnhem, Leeuwarden en Utrecht verbinden, alsmede die, waarop Amsterdam met de aangrenzende buitenlandsche hoofdkantoren (Parijs, Brussel, Antwerpen, Londen, Berlijn, Keulen, Frankfort a/M. & Hamburg) verbonden is, bedient men zich van den Hughes-druktoestel. Deze werkt tweemaal zoo snel als de Morse en biedt daarbij het voordeel aan, dat de telegrammen in (romeinsche) drukletters aankomen. Bovendien is er nog, doch alleen tusschen Amsterdam en Rotterdam een derde soort van toestel in dienst de Meyer quadrupeltoestel. Aan dezen kunnen vier ambtenaren aan weerszijden te gelijk en onafhankelijk van elkander op een enkelen draad werken. Deze toestel is vooral zeer nuttig in gevallen, dat door storingen het aantal beschikbare draden beperkt is.
   Met den Hughes-toestel worden 70 à 80 en soms meer telegrammen van gemiddelde lengte, van 13 of 14 woorden, per uur overgebracht. Geen wonder dus, dat hij in hoog aanzien staat. Zonder zulk een snelwerkend verkeersmiddel toch zou het aantal benoodigde draden lastige proportiën hebben aangenomen: Zijn behandeling vordert echter een langdurige en moeilijke oefening en moeten in den regel daarvoor de beste ambtenaren worden uitgekozen. Dit is zijn eenigste schaduwzijde.
   De ontwikkeling der tarieven hield in de 32 jaren, dat de telegraaf thans in werking is; gelijken tred met die van het verkeer; gelukkig echter in omgekeerden zin. Was vroeger het gebruik van dit middel een weelde, welke alleen met een ruime beurs overeenkomt, thans zijn de kosten er van zoo gering, dat het in ieders bereik ligt. Op 1 November 1852 was de prijs van een telegram van 1-20 woorden 1,20, 2,40 of 3,60 gl. naarmate de te doorlopen afstand 75, 190 of 240 kilometers bedroeg; voor een telegram van 21-50 woorden dubbel en van 51-100 woorden driedubbel dien prijs. De verzending van een telegram van bv. 51 woorden van Groningen naar Maastricht kostte dus 10.80 gl.! In December van datzelfde jaar werden de prijzen op ruim de helft teruggebracht en zoo hebben achtereenvolgens reductiën plaats gehad, tot eindelijk het thans vigeerende, goedkoope woordtarief werd ingevoerd, dat iedereen kent en dat zeker wel geen verdere verlagingen zal behoeven te ondergaan.
   Of die verlaging van tarieven een voordeel voor de schatkist is geweest? Tot ons leedwezen kunnen wij deze vraag niet bevestigend beantwoorden. De exploitatie van de telegraaf is op zich zelf zeer kostbaar en dan kan niet worden gezegd, dat het telegrafeeren diep genoeg in de gewoonten van onze landgenooten is ingedrongen om van vermindering van tarieven een geëvenredigde toename van verkeer te verwachten, gelijk bv. de posterijen die onder gelijke omstandigheden opleverden. 'Geseind' wordt slechts in hoogen nood en zoolang een telegram minstens viermaal den prijs van het vervoer van een brief zal kosten, gelijk ongeveer het geval is, zal dit wel zoo blijven. De telegrafie levert dan ook geregeld een vrij belangrijk deficit op, overigens zeker weder goed gemaakt door het indirecte voordeel, dat de instelling, door haar hulp aan handel en nijverheid, aan de schatkist onmiskenbaar oplevert.
   Het kantoorpersoneel van de Rijkstelegraaf bedroeg op 1 Januari 1884 862 ambtenaren (Lijninspecteuren, Directeuren, Onderdirecteuren, Telegrafisten - in drie klassen - Klerken - in twee klassen - en Adsistenten). Onder dit personeel bevinden zich (doch bijna uitsluitend te Amsterdam) 32 vrouwelijke ambtenaren (5 Telegrafisten, 22 Klerken en 5 Adsistenten). Hierbij zijn niet begrepen de postambtenaren, met het beheer van telegraafkantoren, en de gemeente-ambtenaren, met dat van Rijkstelefoonkantoren belast. Voor het onderhoud van toestellen en lijnen zijn opzichters en lijnwachters aangewezen.
   Wij willen thans een blik slaan op het telegraafkantoor in de hoofdstad.
   Ook zijn begin was, gelijk te denken is, zeer nederig en gering. Een paar vertrekjes in een perceel op het Rokin, in het perceel later tot verkoophuis verbouwd, waren zijn eerste verblijf. Kort daarna, in 1854 werd voor zijn dienst de bovenverdieping van het gebouw, waarin de Stadsdrukkerij gevestigd is, ingeruimd; ook dit lokaal bleek spoedig te klein en ... te onaanzienlijk, en werd een nieuwe overbrenging noodzakelijk, welke den 20sten December 1856 plaats had, ditmaal naar een opzettelijk ingericht gebouw, het tegenwoordige Post- en Telegraafkantoor. Hier had men de ruimte, …. zoo meende men. Doch men had niet op de vlucht gerekend, welke de telegrafie bestemd was te nemen en er verliepen nauwelijks een paar jaren, toen men op nieuw op uitbreiding van de lokaliteit moest bedacht zijn. Zoo werd eerst een belendend perceel bijgetrokken, toen weder een ander, eindelijk nog een, en moesten zelfs ten laatste aan posterijen eenige lokalen worden ontnomen, alles te vergeefs; men was en bleef steeds in de engte en zal dat blijven tot voor goed aan den ruimtenood door een geheel nieuw gebouw zal zijn voorzien, dat, hopen, wij niet te lang op zich zal wachten.

Amsterdam - Postkantoor
Ansichtkaart van het Postkantoor in Amsterdam

   De seinzaal van het centraalkantoor bestaat uit twee rechthoekig in elkander loopende vertrekken, te zamen een oppervlakte hebbende van 325 M2. Het een uitziende op den N.Z. Voorburgwal, het andere in de Spuistraat. Zij bevat met inbegrip van eenige reservetoestellen, 66 Morse, 26 Hughes en twee Meyertoestellen. Het is zeker een zeer interessante aanblik, al die toestellen in werking te zien, vooral op de drukkere tijden van den dag; minder aangenaam is echter voor vreemden het oorverdoovend geraas, dat vooral de Hughes-toestellen maken en waaraan men zich eerst langzamerhand kan gewennen. In die betrekkelijk geringe ruimte zijn op de meeste tijden van den dag ongeveer 125 ambtenaren te gelijk werkzaam. Alsdan zijn alle in dienst zijnde toestellen afzonderlijk bezet; iedere Hughes-toestel met twee en iedere Morse met één ambtenaar. Die tweede man voor eerstgenoemden toestel dient voor het controleeren der berichten en moet de minuten daarvan, terwijl de seiner ze overbrengt, vergelijken met de strook, waarop zij op dezelfde wijze worden afgedrukt, als zij gelijktijdig op het correspondeerende kantoor aankomen. Tevens moet hij de strooken der aankomende telegrammen afknippen en op de modellen plakken (met dextrine), welke aan de geadresseerden worden gezonden. Behalve dat personeel voor de toestellen zijn er natuurlijk in de seinzaal nog tal van andere ambtenaren werkzaam met het gereed maken der berichten voor de aflevering, de overbrenging van de over te seinen telegrammen naar de verschillende toestellen, waarop deze behooren, het controleeren der overseining en andere dergelijke administratieve bezigheden, last not least met het toezicht op de orde, enz. Men kan dus wel begrijpen, dat sterk naar een nieuw lokaal wordt verlangd en dat het in die seinzaal wel eens wat benauwend kan zijn. Een goede verbetering is intusschen, in afwachting van een radicale, het elektrisch licht, dat 's avonds de anders noodige 90 gaslampen vervangt. In de overige dienstvertrekken, aanneem- en expeditiekantoor, administratie-kamers enz. zijn ongeveer 30 ambtenaren werkzaam. Voor den nachtdienst is een afzonderlijk vertrek ingericht.
   Het geheele personeel te Amsterdam bedraagt thans 292 ambtenaren, benevens 95 bestellers.
   Het aantal telegrammen op het centraalkantoor, op werkdagen behandeld, is ongeveer 8000 per dag. Hierbij zijn er ruim 4000, die aan den eenen toestel worden opgenomen om op een anderen verder te worden geseind en waarvoor Amsterdam overgangskantoor is. Die telegrammen ondergaan een dubbele behandeling. In het geheel worden, dus, de laatste dubbel tellende, per dag, ongeveer 12000 berichten opgenomen en overgebracht. In 1882 bedroeg op die wijze gerekend, het geheele aantal, aan het hoofdkantoor behandelde telegrammen het respectabele cijfer van 3,426,103.
   De batterijen, welke op de zolderverdieping een plaats vonden, zijn in de seinzaal vertegenwoordigd door een commutator, door middel van welken iedere toestel met een willekeurig aantal elementen kan worden verbonden. Die batterijen, uitsluitend uit Leclanché-elementen bestaande, nemen betrekkelijk weinig ruimte in, daar men hier het stelsel van gemeenschappelijke batterijen heeft toegepast, volgens hetwelk verschillende draden, met inachtneming van hun lengte (weerstand) door een zelfde batterij worden bediend, die daarvoor alleen een zekere oppervlakte moet hebben, ten einde een minimum van inwendigen weerstand te bekomen. Die verbreeding van oppervlakte verkrijgt men door verbinding van meerdere elementen in de breedte.
   De telegrammen in de seinzaal voor de bestelling gereed gemaakt, worden door een koker naar het expeditiekantoor gezonden, dat zich achter het aanneemkantoor, waar het publiek zijn berichten aanbiedt, op den rez-de-chaussée bevindt. Door dien koker gaan ook de aangeboden telegrammen naar de seinzaal. Het vertrek voor de bestellers is onder het expeditie-kantoor.
   De ambtenaar, met de expeditie (aflevering aan de bestellers) belast, heeft een minder gemakkelijke taak, dan men zich oppervlakkig wel zou voorstellen. In de eerste plaats wordt maar al te vaak zijn ergernis gaande gemaakt door afzenders die, soms om een paar centen uit te winnen, een adres zoo onvolledig mogelijk opgeven; dan heeft hij niet zelden te tobben met verminkte adressen, welke hij gaarne zelf wil rectifieeren, vooral wanneer het berichten uit het buitenland geldt, bij welke onbestelbaarverklaring groote vertragingen zou medebrengen; eindelijk bestaat er echter ook een zoogenaamd register van verzoeken, waarin ieder geadresseerde het recht heeft zijn wenschen kenbaar te maken nopens afwijkende bestelling. Die afwijkingen van de gewone bezorging nu zijn legio en van allerlei aard, en de expediteur moet die alle in het geheugen hebben en er aan voldoen, zullen er niet onophoudelijk reclames komen. Gelukkig, dat hij hierin zeer wordt geholpen door de bestellers, die op dit punt waarlijk bewonderenswaard zijn.
   Naast het aanneem- en expeditiekantoor bevindt zich een kamer, welke door middel van vijf draden met het centraalkantoor der Ned. Bell-Telefoonmaatschappij is verbonden, en aan de geabonneerden van deze de gelegenheid geeft, hun telegrammen per telefoon, het Rijkstelegraafkantoor te doen bereiken en vandaar te ontvangen. Die telegrammen worden dan door (vrouwelijke) beambten van de maatschappij, in die kamer dienstdoende, opgeschreven en even als door een gewonen afzender ter overseining aangeboden. Van deze gelegenheid wordt een hoe langer hoe drukker gebruik gemaakt.
   Bij de 'telefoonkamer' bevindt zich het vertrek met de 'installatie van Rysselberghe', vroeger in dit tijdschrift beschreven. Door middel van een commutator worden in dit vertrek de verbindingen gemaakt, die elk geabonneerde van de Ned. Bell-Telefoonmaatschappij te dezer stede, eerstdaags in staat zullen stellen met geabonneerden van diezelfde maatschappij te Haarlem en te Zaandam langs de Rijks-telegraafdraden en terwijl op deze tegelijkertijd kan worden 'getelefoneerd', per telefoon te spreken en vice-versa. Voorshands is die inrichting slechts tusschen Amsterdam en de genoemde plaatsen gereed, om spoedig voor het publiek geopend te worden; het voornemen bestaat echter, zoo wij ons niet bedriegen, haar ook tot andere belangrijke steden uit te breiden.
   Van de 15 hulp-telegraafkantoren te Amsterdam, doelmatig over de geheele stad verdeeld, zóó, dat men op weinig plaatsen verder dan een tiental minuten zal hebben te gaan om een telegram aan te bieden, zijn er 13 met het hoofdkantoor telegrafisch verbonden. Dat op de Beurs en in de 'Brakke Grond' hebben dit wegens hun korten afstand niet noodig. Op de Beurs is daarentegen onder beurstijd (van 1-3.30 u. nam.) een rechtstreeksche verbinding (door middel van Hughes-toestellen) met Rotterdam, Brussel, Parijs, Londen, Berlijn en Frankfort a/M., en wel, alleen met uitzondering van Londen, met de beurstelegraafkantoren in die plaatsen zelve. Deze verbinding wordt vooral door effectenhandelaars zeer op prijs gesteld. Jammer slechts, dat voor meerdere aansluitingen in het kleine, duffe beurskantoortje geen plaats te vinden is. Wij willen hopen, dat op de ontworpen nieuwe Beurs de telegrafie ruimer bedacht worde en dat men ook daardoor toone, dat zij geapprecieerd wordt, gelijk wij gelooven, dat zij verdient. [ZIE VOOR HET TELEGRAFISCH VERKEER IN EUROPA IN 1883 DEEL 4.]      E.


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline
→