Telegrafie: deel 2
inhoud
deel 1
deel 3
deel 4
deel 5
deel 6
deel 7
deel 8
deel 9
deel 10


Inhoud
Start
Het nieuwe centrale telegraaf-bureau te Parijs

Door H.

Uit: De Natuur - Populair Geïllustreerd Maandschrift, gewijd aan de
Natuurkundige Wetenschappen en hare toepassingen.

Onder redactie van Dr. A. van Hennekeler en Dr. N. van de Wall.
Vierde jaargang 1884.
Utrecht, J.G. Broese



   Door den elektro-magnetischen telegraaf, zoo volmaakt als we dien tegenwoordig bezitten, zijn de afstanden op de oppervlakte van onzen aardbol zoo goed als opgeheven.
   Een treffend bewijs hiervan geeft de Telegraphist in het volgende verhaal:
   "Wij hoorden dikwijls van de wonderbaarlijke lijn tusschen dit land (Engeland) en Teheran, de hoofdstad van Perzië, een afstand van 3800 mijlen (6115 kilometer), maar wij konden moeielijk gelooven, dat over zulk een lange lijn nog goede teekens konden verkregen worden, totdat wij van den directeur der Indo-European Telegraph Company, den heer W. Andrews een uitnoodiging tot een bezoek ontvingen. Het was op den 13den April, des zondags avonds tusschen 7 en 8, toen wij het kantoor bezochten. Op de laagste verdieping van een onaanzienlijk gebouw in Old Broad Street toonde men ons den Morse-toestel, die in verbinding stond met de hoofdlijn van Londen naar Teheran. De beleefde telegrafist, de heer Blagrove zeide ons, dat wij verbonden waren met Emden en met evenveel gemak als men telegrafeert tusschen de City en het West-End richtten wij eenige vragen tot den telegrafist in die Duitsche stad. Toen wij met Emden klaar waren, spraken wij even gemakkelijk met den beambte te Odessa. Hiermede nog niet tevreden, waren wij in weinige secunden door tot de Perzische hoofdstad Teheran. Er waren geen berichten, de tijd was gunstig, en de beambten der verschillende landen schenen vol zorg te zijn om ons een gelegenheid te geven het vermogen van deze bewonderenswaardige lijn te beproeven.
   T.H.N. (Teheran) zeide: "Roep Kurrachee" en in minder tijd dan noodig is om deze woorden te schrijven, waren wij met die Indische stad in verbinding. De teekens waren goed en wij kregen vijftien woorden per minuut. De telegrafist te Kurrachee geloofde, bij het vernemen dat Londen met hem sprak, dat het een goede gelegenheid zou zijn om ons tot Agra over te brengen en tot onze verbazing lieten de teekens zich niet wachten, en waren wij gedurende eenige minuten vroolijk aan het kouten met den daar dienstdoenden beambte, den heer Malcom Khan. Om dezen triumf der telegrafie te voltooien, verbond Agra ons met een andere lijn en aldra waren wij in gesprek met een inboorling aan het Indian Government Cable Station, Calcutta. In het begin kon de heer aan het andere einde van den draad niet gelooven, dat hij werkelijk in rechtstreeksche verbinding was met de Engelsche hoofdstad en riep hij in Morse-taal uit: "Zijt gij inderdaad Londen?" Dit was waarlijk een groot stuk. Een draadverbinding zonder onderbreking tusschen 18 Old Broad Street Londen en het telegraaf-kantoor te Calcutta! Zeven duizend mijlen draad! De teekens waren uitmuntend en de snelheid was niet minder dan twaalf, misschien veertien woorden per minuut."

   Deze hooge graad van ontwikkeling heeft de telegraaf eerst ontvangen gedurende de laatste vijftig jaren. Wel is het reeds meer dan honderd jaar geleden, dat men pogingen aanwendde om de snelle voortplanting der elektriciteit tot het overbrengen van berichten op groote afstanden dienstbaar te maken, maar dit bleek eerst praktisch mogelijk te wezen, nadat Gauss en Weber in 1833 te Göttingen de werking van den stroom op een magneetnaald tot het geven van teekens beproefd hadden en Wheatstone in 1837 naar dit beginsel zijn naaldtelegraaf had samengesteld.
   Van toen af kwam de elektrische telegraaf tusschen verschillende, ver van elkander verwijderde plaatsen in werking en werden spoedig verbeterde stelsels van telegrafie uitgevonden en in praktijk gebracht.
   In Frankrijk was men met de invoering van dezen telegraaf merkwaardig traag. Men maakte daar sedert 1793 gebruik van den ook elders veel voorkomenden optischen of luchttelegraaf van den Franschen abt Chappe [ZIE HET ARTIKEL "DE OPTISCHE TELEGRAAF" IN DEEL 5] en was daarmede zoo vooringenomen, dat men niet inzag, welk een onbeholpen werktuig dit was in vergelijking met de nieuwe Duitsche of Engelsche inrichting. De telegraaf van Chappe had veel overeenkomst met den toestel, dien we thans nog langs de spoorwegen aantreffen en waarmede de baanwachters onderscheidene teekens moeten geven.
   Nog in 1846 stemde de Kamer der afgevaardigden te Parijs den aanleg eener elektrische telegraaf-leiding tusschen de hoofdstad en Rijssel af en pas in 1851 kwam eindelijk de eerste lijn tot stand. Sedert dien tijd evenwel nam de telegrafie in Frankrijk, zoo goed als overal elders een hooge vlucht.
   Een beknopt verslag harer snelle ontwikkeling vinden we in het bericht, dat door E. Cael in La Nature, omtrent het thans nieuw ingerichte hoofdbureau te Parijs gegeven werd. De hier volgende gegevens zijn daaraan ontleend.

   In 1852 nam het eenige telegraafkantoor te Parijs (rue de Grenelle) nog slechts een oppervlakte in van 20 vierkante meter en bevatte het niet meer dan 5 toestellen van het model, dat het Fransche werd genoemd. (Waarschijnlijk een iets gewijzigde wijzertelegraaf.) Vier of vijf jaar later werd dit reeds vergroot tot 200 M2 ongeveer, welke ruimte toen voor een langen tijd scheen te zullen voldoen; er waren 60 tot 70 Morse- en wijzertelegraaf-toestellen in gebruik. Maar in 1861 moest de ruimte weder uitgebreid worden en in 1877 waren reeds twintig lokalen voor den dienst noodig. In een nevengebouw werd een zaal van 260 M oppervlakte alleen voor de toestellen van Hughes en Baudot beschikbaar gesteld.
   Nog drie jaren later steeg de oppervlakte tot 1100 M2, verdeeld over 22 zalen met 105 Morse, 93 Hughes, 2 Baudot, 7 Wheatstone en 1 Meyer (quadrupelstelsel), terwijl een afzonderlijk lokaal voor den officieelen dienst nog 20 morse-toestellen bevatte.
   Hoe aanzienlijk reeds, was toch spoedig het aantal toestellen en de plaatsruimte weder onvoldoende. Door al het bijtrekken en aanbouwen was bovendien een gebrekkig geheel ontstaan en maakten de talrijke zalen, achter elkander of op verschillende verdiepingen gelegen, de werkzaamheden en de bewaking lastig.
   Daarom besloot de minister van het Post- en Telegraafwezen tot de stichting van een nieuw gebouw, dat naast het oude moest verrijzen. In Mei 1880 werd met den bouw onder leiding van den architect Rigault begonnen, sedert Maart van dit jaar is het geheel voltooid.
   Het gebouw bevat een sous-sol, een rez-de chausseé, een entre-sol en twee étages.
   De sous-sol, den entre-sol en de eerste étage worden ingenomen door het centraal-bureau.
   De elektrische batterijen zijn alle geplaatst in den sous-sol; de 8000 elementen Callaud, waaruit zij gevormd zijn, nemen een oppervlakte van 400 M2 in.
   (Het element Callaud is een gewijzigd element van Daniëll; de metalen zijn dus zink en koper, maar het bevat geen poreusen pot; de koperen cilinder staat op den bodem van het glazen vat in een kopersulfaat-oplossing, de zinkcilinder hangt boven in het vat in een oplossing van zinksulfaat, welke eenvoudig op de kopersulfaat-oplossing drijft, waardoor de poreuse pot kon gemist worden.)

De zaal met de elektrische batterijen in het nieuwe telegraaf-bureau te Parijs.
De zaal met de elektrische batterijen in het nieuwe telegraaf-bureau te Parijs.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.


   Alle geleiddraden, welke uit deze rijke elektrische bron putten, loopen uit in twee groote rozetvormen. Een van deze is in de eerste figuur links aan den wand zichtbaar.
   Elke rozet is voorzien van 240 klemknoppen; de eene staat in verbinding met de zaal van den entre-sol en de tweede met de eerste étage.
   Achter de batterijen staan drie stoomwerktuigen, twee elk van 30 paardekracht en een derde van het dubbele vermogen; dit laatste dient om een der eerstgenoemde in geval van nood te vervangen.
   De eene machine van 30 paardekracht brengt een of meer pompen in werking, die het noodige water aanvoeren voor 150 tot 200 turbines Humblot.
   Het tweede stoomwerktuig heeft het voortbrengen van elektrisch licht tot bestemming. De entre-sol vormt een zaal van 540 M en is uitsluitend bestemd voor het vrouwelijk personeel; er staan daar 30 Hughes, en 196 Morse, die op een twintigtal na, alle in dienst zijn. Van deze 206 toestellen bedienen er 92 de kantoren van Parijs, de andere zijn voor de verbinding van het centraal-bureau met de provincie.
   De nieuwe zaal op de eerste étage, met een oppervlakte van 800 M2, is de werkplaats der mannelijke telegrafisten. De bijgaande gravure geeft een blik in die zaal.

De groote zaal voor het mannelijk personeel in het nieuwe telegraaf-bureau te Parijs
De groote zaal voor het mannelijk personeel in het nieuwe telegraaf-bureau te Parijs.


Daar bevinden zich 96 Hughes, één quadrupel Meyer, 4 quadrupel Baudot en 4 Wheatstone, benevens de 16 pneumatische toestellen, die de pneumatische lijnen moeten bedienen.
   Het geheele aantal toestellen, in gebruik of réserve, beloopt alzoo 336.
   De geleiddraden tusschen de werktafels en de 10 rozetten, en tusschen deze en de batterijen hebben een gezamenlijke lengte van 31417 meter.
   Het personeel, aan het centraal-bureau verbonden, bestaat uit 510 mannelijke en 400 vrouwelijke beambten.
   Het dagelijks aantal telegrammen wisselt af tusschen 36000 en 40000.
   Behalve dit centraal-bureau, 30 jaar geleden het eenige, bezit Parijs tegenwoordig nog 79 hulpkantoren. Het voornaamste van deze is het beurskantoor, hetwelk alleen reeds ongeveer 300 beambten in dienst heeft, die 32 Hughes en 76 Morse-toestellen in gebruik hebben.
   We hopen onzen lezers binnen kort ook van de ontwikkeling der telegrafie in ons eigen land zulk een sprekend beeld te kunnen geven. [ZIE HET ARTIKEL IN DEEL 3]       H.


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline
→