Scheepspraet


 overzicht
Inhoud
Start
kompas Van zee en zeevaart

   Wat den landrot doorgaans het meest van het varen interesseert in het antwoord op de vraag: "Word ik zeeziek of niet?" Dit antwoord hangt voor een klein gedeelte van uzelf af. Als ge u stellig voorneemt om zeeziek te worden en daar zwaar over piekert, dan geloven wij wel dat ge niet zult worden teleurgesteld. Inbeelding en angst zijn belangrijke factoren. Veel geneesmiddelen zijn er niet. Veel rooken, sterk gebruik van koffie en alcohol is er slecht voor. Daar het schip "droog" is, zal de alcohol u alvast geen kwaad doen. Krijgt de zeeziekte u te pakken, ga dan als het even kan languit in de frissche lucht liggen. Na een paar dagen zijt ge wel aan de scheepsbewegingen gewend.
   De zeeziekte wordt veroorzaakt door de bewegingen van het schip. Die bewegingen zijn drieërlei: het "stampen" noemen wij de beweging om de breedte-as van het schip, dat zijn de onaangenaamste capriolen die een schip kan maken. Minder erg is het "slingeren", dat zijn de bewegingen rond de lengte-as, en het minst merkt men van de verticale beweging, die het schip maakt. Zit alles tegen, dan maakt het schip deze drie bewegingen tegelijk en dat is verre van leuk.
   Heelemaal zonder beweging is de zee nooit. Het is de wind, die de golven verwekt. Denkt niet, dat de golven zich in horizontale richting voortbewegen, want dat vergist gij u, het is een verticale beweging van het water. Een stuk kurk zal, nadat de golf eronder doorgetrokken is, vrijwel op dezelfde plaats blijven drijven. De hoogte van de golf wordt veelal overdreven. Het moet al heel erg spoken, wil men van "huizenhooge golven" kunnen spreken. Hooger dan veertig voet is een golf zelden, ruw aangegeven kan men zeggen, dat de golven evenveel voeten hoog zijn als de windsnelheid in meters per seconde bedraagt. Met de schaal van Beaufort wordt deze windsnelheid aangegeven:


Getallen der schaal Omschrijving Snelheid in meters per sec.
0 Stilte 0-1.3
1 Flauw en stil 2.2
3 Lichte koelte 3.6
4 Matige koelte 4.9
5 Frissche bries 8.7
6 Stijve bries 11
7 Harde wind 13.4
8 Stormachtig 16.1
9 Storm 19.7
10 Zware storm 23.7
11 Zeer zware storm meer dan 25
12 Orkaan meer dan 25


   De "deining" is de beweging van het water, die overblijft, wanneer na stormweer de wind gaat liggen.
   Nog iets over de kleur van het water. Ge zult merken, dat de grauwe tint der Noordzee en van den Atlantischen Oceaan in de Middellandsche Zee in een prachtig blauw verkeert. Ook doet de tropische zee veel fleuriger aan dan de zee bij Zandvoort. Dat verschil in kleur wordt veroorzaakt door de verontreiniging van het zeewater. Was het zeewater volkomen helder, dan zou het al het invallende licht absorbeeren en daardoor zwart zijn. De verschillende kleurschakeeringen vinden hun oorzaak in de min- of meerdere mate van verontreiniging van het zeewater. Zoo wordt bijv. de grijze kleur van de Noordzee veroorzaakt door de zwevende deeltjes zand en klei, die de groote rivieren er in brengen.
   Een fantastisch verschijnsel is het "lichten" der zee. Als dit verschijnsel zich voordoet, glanst een zwak lichtschijnsel op plaatsen, waar de oppervlakte van het water door een of andere oorzaak in beweging gebracht wordt. Dit "phosphoriseeren" vindt zijn oorzaak in een planktonsoort, microscopisch kleine eencellige plantjes en diertjes, die het ideale visschenvoedsel vormen en die een lichtgevens organisme bevatten.
   De diepte van de Noordzee is gering, zij is nergens dieper dan 700 meter en dat dit maar heel weinig is, merkt men het best als wij die vergelijken met de diepste plaats, die men ooit gemeten heeft, n.l. bij de Philippijnen, waar de zeebodem 10.500 m onder den waterspiegel ligt. Doorgaans is de eenheidsmaat op zee een "vaam", dit is 1.80 m. Wij spreken ook niet over kilometers, doch meten de afstanden per mijl. De zeemijl bedraagt 1852 m, dit is de gemiddelde lengte van een meridiaan-minuut.
   Om u nog wat meer scheepswijs te maken, willen wij het nu even hebben over de tijdverdeeling op zee. De zeemand rekent nog steeds niet met "uren", doch met "glazen". Het heeft vrij lang geduurd eer men op een schip een gewoon uurwerk gebruiken kon, daar vroeger alleen slingeruren in gebruik waren, die op een slingerend schip onbetrouwbaar geacht moesten worden. Men mat daarom den tijd met zandloopers of glazen. In een half uur liep de zandlooper leeg en was er dus een "glas" voorbij.

glazen


   De 24 uur van het etmaal worden als volgt verdeeld:
0 - 4 uur: hondenwacht
4 - 8 uur: dagwacht
8 - 12 uur: voormiddagwacht
12 - 16 uur: achtermiddagwacht
16 - 20 uur: platvoet
20 - 24 uur: eerste wacht

    Waarom zetten we tijdens de reis de klok vooruit?
   De zon draait (schijnbaar) om de aarde in 24 uur. Ze loopt van Oost naar West. Over elk 1/24 deel van den omtrek van de aarde doet zij één uur.
   Wij varen vanaf Gibraltar tot Port-Saïd en in den Indischen Oceaan naar het Oosten, dus naar de zon toe. Wanneer wij nu 1/24 deel van den omtrek van de aarde hebben afgevaren, dan komt de zon dus een uur eerder op, want zij behoeft het door ons afgelegede deel niet meer te doorloopen. Om nu met den zonnetijd gelijk te blijven, zetten we de klok één uur vooruit.

   Op de scheepshuid kunt hij een cirkel met een lijn er dwars doorheen geschilderd zien, benevens nog een andere schaalverdeeling, waarvan ge op het eerste gezicht wel niet veel zult begrijpen. Toch is dit simpele merk van de grootste beteekenis en het heeft honderden zeelieden voor schipbreuk en verdrinking behoed. Het is het Plimsoll-merk. Samuel Plimsoll werd in 1824 geboren en overleed in 1898. Hoewel een eerzaam kolenhandelaar en geen zeeman, heeft hij een groot deel van zijn leven besteed aan een strijd tegen allerlei wantoestanden bij de zeevaart. Met nimmer versagende energie drong hij aan op een scherpe, wettelijke contrôle op onzeewaardige vaartuigen en op dwingende voorschriften inzake het beladen van schepen. Hij wilde een wettelijk erkend merk vastgesteld zien, de grens aangevende tot hoever een schip beladen mocht worden. De Engelsche rgeering verzette zich met kracht hiertegen. Na een strijd van vijfentwintig jaar waarin hij zijn vermogen en zijn gezondheid verspeelde, mocht het hem in 1894 gelukken om zijn denkbeelden doorgevoerd te krijgen.

   Van de navigatiemiddelen krijgt gij weinig te zien. In de machinekamer moogt gij niet komen en op de brug evenmin. Het heeft dus weinig zin om u de geheimen van allerlei verfijnde instrumenten uiteen te zetten, slechts een paar van de voornaamste willen wij zeer in het kort behandelen.
   Daar is bijvoorbeeld het anker, het symbool van de scheepvaart. Merkwaardig is het, dat men daar juist het anker voor heeft gekozen, het instrument, dat voor het stilliggen en niet voor het varen dient. Elk anker heeft een ketting, en niet zoo'n kleine ook, want de ketting is 120 vadem lang; een vadem is 6 voet = 1,80 m. Het eene eind van de ketting is verbonden met het anker; het andere eind is vastgemaakt in den kettingbak aan den z.g. duveljager; dit vastmaken geschiedt tegenwoordig met een sluiting. Vroeger geschiedde het vastmaken door middel van een eind touw; dit eind deed natuurlijk nagenoeg nooit dienst, want wij steken nooit den heelen kabel. Er zijn ook menschen, die nagenoeg nooit iets uitvoern en echt wat je noemt "de lijn trekken"... dergelijke menschen zijn slampampers en hebben dien naam te danken aan het bovengenoemde eindje touw, dat "slampamper" heette.
   Onontbeerlijk voor de plaats- en richtingsbepaling ter zee is het kompas. Janmaat zegt:

   "Staan ik aan het roer en ik tuur op het kompas,
   Dan zien ik, m'n liefje, je beeld al in het glas."

   Door de magnetische aantrekkingskracht der pool wijst het kompas steeds naar het Noorden. De windroos duidt alle windrichtingen aan en de "zeilstreep", in de kompasketel aangebracht, de vaarrichting van het schip. Dit is wel het allereenvoudigste dat van een kompas verteld kan worden. Er is heusch heel wat meer van te zeggen! Bijv., dat het "magnetische noorden" nog niet het "geographische noorden" is; dat allerlei invloeden op den kompasstand inwerken en dus geneutraliseerd moeten worden en dat het kompas door middel van "Cardanusringen" steeds horizontaal wordt gehouden. Ook het wonderlijke instrument, dat men "gyrokompas" noemt, leent zich zeer wel voor belangwekkende beschouwingen. Als wij u alleen vertellen, dat het mogelijk is een schip door middel van dit kompas te sturen, zonder dat er een roerganger aan te pas komt, dan begrijpt u wel, welk een vernuftig apparaat dit is.

   Verder hebben wij de log, het instrument, dat het door het schip afgelegde aantal mijlen aangeeft, een schroef, die sneller rondwentelt naarmate het schip meer vaart maakt. Op een klokje worden die omwentelingen nauwkeurig geregistreerd en kan men den afgelegden afstand aflezen. Voor de plaatsbepaling is de log van groote beteekenis.
   Het handlood wordt alleen in oniep water gebruikt. Het hangt aan een in vademen verdeelde lijn, waardoor men, als het lood den bodem raakt, de diepte van het vaarwater kan bepalen. Ook kan men zich een beeld vormen van de bodemgesteldheid ter plaatse, omdat het lood onderdaan hol en met vet gevuld is, zoodat er iets van den grond wordt meegenomen. Varende kan men met het handlood slechts zeer geringe diepten aanlooden. Men heeft daarom voor grootere diepten verschillende patent-loodingstoestellen uitgedacht. De meeste schepen hebben nog wel het reeds lang bestaande Thomson-lood, dat achteruit wordt uitgevoerd en door luchtdruk werkt. De moderne groote schepen zijn tegenwoordig uitgerust met een echolood, dat in zijn werking veel overeenkomst vertoont met de veelbesproken radar. Men kan daarmee op een schaalverdeeling voortdurend aflezen hoe diep het is op de plaats, waar men zich bevindt.

   Dat de hemellichamen bij de navigatie een belangrijke rol spelen, weet iedereen. Daarom nog een enkele opmerking over de voornaamste oriënteeringspunten aan het firmament, te weten de Groote Beer en het Zuiderkruis.
   Het eerste beeld beheerscht het firmament op het Noordelijk halfrond. Het bestaat uit zeven sterren, die in 24 uur een cirkel beschrijven rond de poolster. Indien gij de twee helderste sterren van dit beeld met vijf keer hun onderlingen afstand verlengt, komt gij in de Poolster uit, die zich juist in het Noorden bevindt. Zijt gij den evenaar over, dan verdwijnt de Poolster onder de kim en wordt het tijd om naar het Zuiderkruis uit te kijken, een markant sterrenbeeld op het Zuidelijk Halfrond, een pronkjuweel aan den tropischen nachthemel.

   Nu wij het over het passeeren van den evenaar hebben, is dit wel de gelegenheid om eenige woorden te wijden aan de plechtigheid, welke hiermede gepaard gaat. Wij nemen aan, dat ge nog nooit den aequator zijt gepasseerd. Gij zijt dus een "baar". De zeegod Neptunus nu kan niet toestaan, dat baren zonder meer in zijn Zuidelijk domein verschijnen. Hij komt zelf, begeleid door eenige tritonen, aan boord, teneinde u met groote plechtigheid te doopen. Slechts één ding maakt hem gramstorig, n.l. als men zich aan deze ceremonieele handeling probeert te ontrekken. Zijn tritonen, doorgaans vrij stevige heerschappen, waken er angstvallig voor, dat iedereen den doop ondergaat. Is deze uiterst plechtige handeling teneinde, dan ontvangt ge het ingevulde officieele certificaat, waarvan ge een verkleinden afdruk in dit boekje hebt aangetroffen. [onderaan]
   Het zou een ontheiliging van het ritueel zijn, indien wij de toekomstige doopelingen reeds te zeer inwijdden in het verloop van deze sacrale handeling. Er is nog zooiets als een mysterie in dit leven...


   Zoo, nu weet ge het een en ander van zee en zeevaart, stellig niet voldoende, maar toch staat ge niet meer zoo totaal vreemd tegenover uw nieuwe omgeving.
   Ons rest nog slechts één plicht:
   Wij wenschen u van ganscher harte een goede reis en een behouden terugkomst in het oude vaderland.
   Vaarwel, kameraden!
schip


diploma

webdesign & copyright
© 2000-2003 Eveline