Rembrandt: deel 5
deel 1
deel 2
deel 3
deel 4


Inhoud
Start
Een reisje met de "Rembrandt" - deel 5



Steenzagers aan het werk. Steenzagers aan het werk.    Het merkwaardigst aspect leveren niettemin de in de rots uitgehouwen woningen, zooals men die in het Zuiden van Limburg aantreft, doch op uitgebreider schaal en veel hooger boven den beganen grond.



   Groote blokken kalksteen worden van daar naar Bordeaux en omliggende plaatsen verzonden, om ze tot het bouwen van huizen te verwerken, want in een kalksteenland als dat gedeelte van Z.W. Frankrijk, kan men het best zonder steenbakkerijen stellen.
   Het was langs dien oever een aangename vaart en het speet mij dan ook geweldig toen het torentje van Bayon aan bakboord dwars kwam, m.a.w. toen het aantrekkelijk tafereel weer tot het verleden behoorde.
   De loods, ziende hoe ik al mijn aandacht aan dien hoogen kalksteenoever schonk, maakte mij op eene splitsing van de Gironde recht voor den boek attent, waardoor zich twee breede waterwegen voor ons openden.
   Eerst dacht ik weer een eiland te zien, doch we waren ter plaatse gekomen waar de Dordogne uit het oosten en de Garonne uit het zuiden komend zich vereenigen, om als Girondestroom hunne richting naar zee te vervolgen.
   Het door deze beide riviermondingen omsloten land, Bec D'Ambès genaamd, dat ik eerst voor een eiland hield, zag er weinig belovend uit; laag, vlak, met hier en daar een huisje langs wegen met boomen op rijtjes; voorwaar geen frappant tafelreel!
   We houden zuidelijk aan, laten de Dordogne-monding die weldra achter Bec d'Ambès verdwijnt aan bakboordzij en stoomen full speed, steeds langs het eiland Cazeau dat zich nog voor een deel in de Garonne uitstrekt, de rivier op.
   Bij het dorpje Macau op den linkeroever laten we eindelijk de zuidpunt van dat vervelend lange eiland achter ond en voortaan zal niets meer het vaarwater van de Rembrandt belemmeren.
   De Girondereis was dus in een Garonnevaart overgegaan, die trouwens maar 23 k.m. lang zou zijn.
   Aan beide zijden loopt een weg langs de rivier, waaraan verspreide huisjes en hoeven, afgewisseld door de onmisbare Chateaux, achter een breeden hoogen gordel van zwaar gepluimd riet en loofhout verscholen liggen.
   Op gelijken afstanden onderling breken jouten landingsplaatsen door dien rietwal heen, die tot de voornaamste plaatsjes en landhuizen toegang geven en door de vele rivierbooten, die eene geregelde communicatie tusschen Bordeaux en Royan onderhouden, aangedaan worden.
   Recht voor Ludon, op den linkeroever diep landwaarts in gelegen, eindigt de weg langs de rivier en stoomen we langs een laaggelegen, door tal van beekjes en watertjes doorsneden moerasland, dat onder verschillende benamingen als: Marais de Ludon, marais des Flamands, marais de Parempuyres, de Blanquefort en die van Bordeaux zich stroomopwaarts onafgebroken voortzet.
   Van de rivier af ziet men niets van die moerassen die een zeer gezocht jachtterrein moeten opleveren, doch wel getuigen de vele uitmondingen van beekjes en riviertjes dat zich daar een zeer waterrijke streek achter bevindt.
   De Garonne begon mij deerlijk te vervelen. Hoewel de rivier groote bochten maakt, werd ik bij elke kromming op hetzelfde schouwspel onthaald, zoodat het niet te verwonderen is dat mijn opmerkzaamheid zeer verslapte en ik met weemoed aan de zeereis dacht, waar ik mij nog geen minuut verveeld had, al zag ik niets dan lucht en water.
   Ware er langs de oevers meer zuiver natuur te zien geweest, dan zou ik ongetwijfeld zoo niet spreken doch juist het gecultiveerde wenscht men met meer afwisseling gepaard te zien gaan.
   Te half een passeeren we St. Louis de Montferrand een wijd uiteegestrooide rij huisjes op den rechteroever, die voorzeker minder indruk maken dan de enorme naam, dien men dat gehucht gegeven heeft.
   Een poosje later wordt mij opeens van de burg toegeroepen of ik het wrak wel zag.
   Een wrak op die tamme, vervelende Garonne!
   En ik kijk in de aangewezen richting aan stuurboordzij, en werkelijk steekt er dicht onder de kust van Blanquefort een gebroken mast en een doorgeroeste schoorsteen van een gezonken stoomschip treurig en verlaten uit de gele golven. Het is de Charles Martel, een fransche pakketboot die een paar jaar geleden bij stormweer aan den grond liep en allengs dieper in het slijk wegzinkt.
   Tegen 1 uur ronden we de laatste bocht langs La Baranquine, een aanlegplaats voor het dieper landwaarts in gelegen dorpje Bassens op den rechteroever en zien recht vooruit in de verte de hooge kalksteenheuvels van Lormont, gekroond door fraaie chateaux in het bont herfstloof weggedoken.
   Ieder oogenblik kan nu Bordeaux om den hoek te voorschijn treden; fabrieken op den linkeroever duiden de nadering reeds aan, terwijl diep geladen lichters met groote, vierkante zeilen, vlugge stoombootjes benevens tallooze roei- en zeilvartuigjes de rivier beginnen te verlevendigen.
   Wij stoomen langs het op den rechteroever tusschen twee hooge kalksteenheuvels gelegen dorpje Lormont waar een viaduct van de lijn Bordeaux-Orleans het dorpsplein overspant en moeten nu omhoog blikken naar de chateaux; Lormont, Bermont, Talmont en Raon, die ik reeds in de verte had zien liggen.
   Twee tunnels doorboren de kalkheuvels die zich tot 50 à 60 M. hoog langs de rivier verheffen.
   Eensklaps treedt Bordeaux als eene reusachtige grauwwitte huizenmassa, met de 109 M. hooge St. Michelstoren er boven uitstekend, om den hoek te voorschijn, waarvoor zich een gewirwar van scheepsmasten onduidelijk afteekent.
   Langs scheepswerven, dokken en fabrieken naderen we snel de uitgestrekte, halvemaanvormige huizenzee, waarvan de holle zijde naar de rivier gekeerd is, die de op den rechteroever gelegen voorstad La Batide als 't ware omvat.
   Te half twee stopt de Rembrandt voor de hooge op groote bogen rustende kade van Bacalan, het stapelkwartier van Bordeaux waar uitgestrekte wijnpakhuizen en opslagen een doolhof van straatjes vormen, om met het verder opstoomen te wachten tot de vloed in kwam zetten, die het mogelijk maakt met goed succes door die rivierdrukte een weg te zoeken.
   Tot vier uur bleven we voor Bacalan geankerd; toen stoomden we hooger op, waarvoor tot mijne verbazing weer een loods aan boord verscheen. Verbazend was de drukte op de rivier; zij aan zij lagen de stoomers en eenige zeilschepen langs de kade, die zich onder verschillende benamingen onafgebroken langs de geheele stad voortzet.
   We voeren "slow on" langs de Quai des Chartrons met de reusachtige pakketbooten van de Messageries Maritimes, de booten der Compagnie Bordelaise op Amerika, die der Hamburg-lijn en vele andere kleinere stoomschepen, waaronder een landgenoot s.s. Hollander van Rotterdam door ons gesalueerd werd.
   Daarop volgt de Quai Louis XVIII, waar breede trappen, geflankeerd door 20 M. hooge zuilen, naar een verhoogd terras, Place de Quinconces, voeren op welks midden zich het hoog monument des Girondins verheft en waar muziekuitvoeringen en kermis op vastgestelde tijden gehouden worden.
   De Rembrandt had zijn taak volbracht. Toen de vloed goed ingezet had zocht hij zich een rustplaatje voor een paar dagen vlak voor Place Richelieu onder bescherming van een groote over het water hangende bok en werd spoedig daarop door stevige trossen vastgelegd.
De Rembrandt op de Gironde.
Op de Gironde.


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline