Rembrandt: deel 2
deel 1
deel 3
deel 4
deel 5


Inhoud
Start
Een reisje met de "Rembrandt" - deel 2



Beachy Head
Beachy Head.


   Een dikke wolkenbank, die in het oosten het zonlicht steeds onderschept had, werd eindelijk door het machtig hemellichaam vaneen gescheurd, waardoor een verrukkelijk goudkleurig lichteffect de inmiddels zwak zichtbaar geworden kaap begon te verwen. De steile krijtwanden door een warm rossig zonlicht vol beschenen, vertoonden zich steeds duidelijker als een lichtende, geelwitte vlek aan den horizon.
   Eerst dacht ik een laaghangend wolkje te zien, waarmede de kleur volmaakt overeenkwam, doch door den kijker vertoonden zich loodrechte schaduwen van vooruitspringende rotswandplooien die mij uit de dwaling hielpen.
   Ik kon de oogen niet van dat aanwassend zoneffect afhouden, hetwelk mij als uit de verte wenkte toch wat voort te maken, maar ik zou ons eenkrukkig machinetje onrecht aangedaan hebben niet te vreden te zijn, want het draaide uit alle macht er lustig op los.
   Kwart voor negen Beachy-Head aan stuurboord.
   Wanhopig loodrecht, dreigend steil verhief zich die verblindende krijtmuur uit zee; verticale parallel loopende groeven door het schuin invallend zonlicht scherp en duidelijk te voorschijn tredend, gaven die kaap een nog hooger aanzien, zoodat de herinnering aan de kust van Hastings totaal verdrongen werd.
   Die ontelbare rimpels en plooien in dien witten muur maakten een vreemden indruk op mij. Het was alsof een reusachtige zaag op die plaats zoo juist een stuk van Engeland's kust ontnomen had, dat dan in zee gestort en verzwolgen was. De beste vergelijking die ik dan ook weet, is een doorgezaagd stuk teekenkrijt op de breuk bezien. Ook hier werd de kruin door eene nederige vegetatie gekroond, waarin zich door den kijker voetpaden lieten onderscheiden. Een kustwachtershuisje eenzaam en verlaten een paar honderd voet boven de zee gelegen en verder zuidelijk de witte vuurtoren van Beachy-Head voltooiden dat typisch Cliff-tafereel.
   De rustige, kalme zee in de heete zomermaanden onder een stralende zon en onbewolkten hemel, diep blauw, veroonde zich niettemin grijsgroen op den voorgrond, om naar den horizon in eene donkere neutraaltint over te gaan. Scherp, overdreven scherp was de scheiding tusschen zee en verschiet; 't was dan ook weer het bolvormig niveau waardoor het water zich als een donkere rand tegen den verlichten krijtmuur afteekende.
   Oostelijk van Beachy-Head kon ik nog juist de hooge aan het strand gelegen huizen van East-Born slechts nevelachtig te zien krijgen, terwijl het aan de westzijde gelegen Seaford iets later ook even waar te nemen was.
   De kust buigt weer landwaarts in; de kaap verbleekt, doch de indruk door dat schoon natuurtafereeel teweeggebracht, blijft mij helder voor den geest staan.
   't Werd lekker warm op de brug. De Septemberzon, nu en dan door reusachtige stapelwolken onderschept scheen mij krachtiger toe dan in Holland en niet alleen de warmte, maar de geheele atmosfeer deed mij eerder aan een zomerdag dan aan herfst denken. Tegen twaalf uur mocht ik zon schieten en wees de stuurman mij een hoogen bergtop recht voor den boeg, dien ik trouwens niet in het oog kon krijgen. Iets later zie ik toch een zwak silhouet van een saamgepakte berggroep, die uit de teedere lucht als 't ware op kwam dagen. Het was het eiland Wight, 60 eng. mijlen (knots) van Beachy-Head verwijderd.

Het eiland Wight
Het eiland Wight.


   Langzaam maar zeker nemen de bergen meer besliste vormen aan en tegen half vijf verlustig ik mij in den heerlijken aanblik van "the Isle of Wight" op anderhalve geogr. m. aan stuurboord zij.
   Zevenhonderdvijftig voet hoog verheft die compacte krijtmassa zich uit zee, rustend op eene basis van 378-quadraat k.m. die zich van af Culver-Cliff in het oosten tot aan de vermaarde Needles in het westen, over eene lengte van 37 k.m. uitstrekt.
   De naar ons toegekeerde zuidzijde, veelal steil en rotsig, onderbroken door boschrijke terrassen en kloven, "chines" genaamd, vindt haar hoogste punt in Catharina Hill en Chanklin Down 235 meter boven den zeespiegel, de hoogste top van het geheele eiland.
   Een treffend kleuren-gamma boeide het oog; de donkere bosschen, de fijn geelwitte loodrechte krijtwanden en bruin violet getinte hellende terrassen vormden inderdaad een ensemble, waardoor de ongevoeligste mensch aangegrepen moet worden.
   Op de zuidoostzijde zie ik duidelijk akkerbouw, verspreide woningen en de witte huisjes van het in het groen verscholen plaatsje Ventnor.
   Voor het eiland eenige begroeide klippen, waarop de korte witte vuurtoren van Catharina-point ons als baken gediend had. Hier toch zouden wij van koers veranderen; tot nog toe hadden we steeds onder de engelsche kust gestoomd, doch voor Catharina-punt werd de steven naar Frankrijk gewend.
   Wij koersten recht op Ouessant, 190 eng. mijlen (knots) van ons verwijderd.
   't Werd kouder aan denk; de lucht, schoongeveegd en van het teederst blauw, vertoonde in het zenith kleine, donzige wolkjes, door de naar de kim neigende zon rozenrood geverfd. De zee, die ons achterop liep, begon een weinig hol te staan en vooral toen wij meer 't midden van het Kanaal naderden, deed de "Dronken Schilder" weer echt drongen.
   Tegen tien uur passeeren we het prachtig vuur der Casquets, een klippengroep der Normandische eilanden, dat drie maal achtereen schittert - "drie flappen" zeggen de zeelui om dan een zeker aantal seconden te verduisteren. Van de rotsige eilanden zelf zag ik niets.
   25 September. - 's Nachts om vier uur word ik door een helsch lawaai in de kajuit wakker geschrikt; een los staande bank rolkt als een bezetene heen en weder; ik breng die tot kalmte door haar met een handdoek vast te binden. Ik trachtte weer te slaoen doch dreigde telkens den weg van de bank op te gaan, als ik mij niet vastklemde.
   Te zes uur kom ik aan dek; er loopen hooge zeeën en een harde wind waait uit den oosthoek.
   Op de brug moest men zich vasthouden, terwijl het achterdek aanhoudend door die dwaze openingen in de verschansing klets nat bleef. Verder op den dag werd de lucht effen blauw en gingen de hooge zwartblauwe zeeën, die iets dwars van achteren kwamen aanstormen, als 't ware een wedloop met de Rembrandt aanbinden.
   Wij slingerden geweldig en telkens stak de "Dronken Schilder" zijn verward hoofd in een diep golfdal, doch hief het er ook steeds weer zegevierend uit omhoog.
   Tegen twaalf uur kwam de hooge klippenrijke kust van Bretagne slechts vaag in 't zuid-oosten opdagen, waarop ik met moeite door den kijker twee kerkspitsjes kon onderscheiden.
   Op zeker oogenblik roept de kapitein mij van af het achterschip, met de hand naar de golven wijzend, iets over een "boer met zijn varkens" toe, en had ik de uitdrukking vroeger al niet meermalen op zee gehoord, dan zou ik toch raar opgekeken hebben, in volle zee op een boer en varkens attend gemaakt te worden. Doch ik begreep 't al en snelde naar de campagne, waar ik in het kielwater groote zes tot acht voet lange visschen zag duikelen en buitelen, die blijkbaar zonder eenige inspanning ons schip bijhielden en zelfs vooruit zwommen.
   Als torpedo's boorden zij met den spitsen snoet door de hoogte inktkleurige golven, die ons achterop kwamen en schoten er soms boogvormig overheen zonder ook maar iets van hunne snelheid te verliezen. Ik zag er steeds meer en een vreemd schouwspel leverden die luchtsprongen vooral uit de verte gezien. Enkele zwommen zelfs voor den steven om en lieten zich om zoo te zeggen letterlijk overvaren; 't was een soort van spelen, dat hen echter bij de schroef wel eens leelijk op zou kunnen breken.
   Het waren dolfijnen, gezellig levende vischachtige zoogdieren, die in groote troepen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche zee bewonen en zich voornamelijk met dierlijk voedsel voeden.
   Toen we dan ook door die school heengestoomd waren, vertoonde de zee zich weer even verlaten als te voren. De klippenrij van Porsal, met de daarachter gelegen nevelige kust van Bretagne, krijgen we tegen half twee aan bakboord en terzelfder tijd komt voor den boeg, heel in de verte, een witte, slanke zuil uit den teederen, fijnblauwen gezichteinder opdagen. Het was de vuurtoren van Ouessant.
   De bretonsche kust buigt zich naar het zuiden, waar zich de breede met verstrooide klippen bezaaide Passage du Four voor ons opent, die Ouessant van het continent scheidt.
   De naaste weg zou ons er door voeren, doch de veiligste manier is het zeker niet; bij nacht is het dan ook trouwens in 't geheel niet te doen. We stoomen de 20 KM. breede straat dus voorbij en passeeren tegen vier uur het eiland op een geogr. mijl afstand.


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline
→