Nijmegen: deel 3
deel 1
deel 2
deel 4
deel 5
deel 6
deel 7
deel 8
deel 9


Inhoud
Start
In de buurt van Nijmegen - deel 3

   't Is in den morgen van Dinsdag 10 Juli nog steeds erbarmelijk weÍr, harde regen en gure wind. Wat is er onder zulke omstandigheden te beginnen! 't Verstandigst zal zijn, straks maar weer huiswaarts te gaan! Wij kunnen evenwel nog wel enkele uren wachten, om te zien of er met den middag wellicht eenige verandering ten goede komen mocht, en wij behoeven met dien tijd niet verlegen te zijn. In het raadhuis met zijn schatten door den heer van Schevichaven rondgeleid, op een bezoek aan het Valkhof en aan de groote kerk door dien kenner van het oude en tegenwoordige Nijmegen vergezeld, is de morgen voor ons doel niet als gansch verloren te beschouwen. En zie, de lucht breekt, een lichtglans, een lapje blauw zelfs komt te zien. Laat ons 't er maar op wagen. De middagtrein brengt ons in een kwartier uurs naar Wijchen, waar wij niet ver van 't station, in het logement Van den Hoogen een eenvoudig, maar zeer voldoend onderkomen vinden. Wijchen is een groot en fraai dorp met een ruim marktplein, door geschoren linden omringd en van een aantal zitbanken voorzien. Er zijn breede wegen, voor een deel met kloek geboomte beplant, nette woningen en winkels, heerenhuizen met groote tuinen. 't Ziet er alles welvarend uit. Niet minder dan achttien druk bezochte vee- en paardenmarkten worden er jaarlijks gehouden, en als middenpunt eener vruchtbare landstreek komt de omwonende bevolking zich hier van tal van benoodigdheden voorzien. Aan alle zijden breiden zich de korenakkers uit, maar eigenaardig zijn de zandheuvels, die hier en daar te midden der bebouwde velden oprijzen, en op enigen afstand van het dorp is er ook nog vrij wat woeste of met dennen beplante heide te vinden. Vlak bij Wijchen ligt een liefelijk meer, dat ruimschoots het zijne tot de bekoorlijkheid van het landschap bijdraagt, en de glorie van het dorp is het schoone, groote, voortreffelijk onderhouden kasteel, met zijn hoogen vierkanten toren, zijn kloeke daken, zijn schoorsteenen en hangtorentjes dicht bij 't station boven het dichte bosch uitkomend.

Het meer bij Wychen
Het meer bij Wychen.

   Het huis te Wijchen - eigenlijk de Leler, later ook de Einborch genoemd - heeft een zekere beteekenis gekregen, omdat het de bezitting en gedurende eenigen tijd ook de woonplaats is geweest van eene van des grooten "Zwijgers" meest bekende dochters. Emilia was de jongste der beiden, die prins Willem bij Anna van Saxen had, de volle zuster dus van prins Maurits. Bij den dood huns vaders was zij bij haar oom, Jan van Nassau, die 3000 daalders van haar te vorderen had. Zij was dus reeds vroeg in de schuld, zij 't dan toen ook waarschijnlijk wel niet door eigen toedoen. Later woonde zij in den Haag en raakte zachtjes aan de 30 voorbij. Hoe het kwam, dat zij ongehuwd bleef, is mij onbekend. Uit eigen keuze was het zeker niet. "Ik zou wel altijd ongehuwd kunnen blijven" - verklaarde zij - en "dat is mijn meening niet."
   Er was een man, die naar haar hand dong, maar ongelukkig was dit geen gewenschte partij. 't Was, zooals bekend is, Don Emanuel, een der zoons van den onvoorspoedigen, berooiden Don Antonio, prior van Crato, den pretendent van den troon van Portugal, met zijn broeder vriendelijk in den Haag ontvangen. Maar iets anders was 't, hen te steunen tegenover koning Filips, die Portugal overmeesterd had, iets anders, een dier prinsen door huwelijk aan het huis van Nassau-Oranje te verbinden. Prins Maurits weigerde beslist, maar Emilia liet zich in Nov. 1597 in 't geheim door een R.C. priester in het huwelijk verbinden.
   Na eenigen tijd gescheiden te zijn gehouden, vereenigden zich de echtgenooten te Wezel, waar zij enkele jaren woonden en waar hun twee zoons en zes dochters geboren werden. In 1609 kwam de verzoening tot stand, door bemiddeling van haar zwager, den weduwnaar van haar reeds in 1588 overleden zuster Anna, den stadhouder van Friesland. Hetzelfde jaar kocht zij het huis te Wijchen, dat zij ook van tijd tot tijd bewoonden. Maar Emilia was toen dikwijls in den Haag, waar zij op een of andere wijze verbonden was aan de hofhouding van de gemalin van haar neef, "den Winterkoning". Ook vertoefde zij gaarne op het kasteel van Culemborg, in 't bevriende gezin van Floris van Palland en haar nicht Catharina van den Bergh.
   Was sedert de verzoening hun financiŽle toestand wel iets verbeterd, het belette niet dat het echtpaar in voortdurende geldzorg verkeerde, zoodat Palland eens zelfs met een 300 francs moest bijspringen en zij reeds in 1622 het plan schijnen te hebben opgevat, om maar weer te scheiden. Was dit toen nog door hun vrienden voorkomen; na prins Maurits dood kwam het er toe, Frederik Hendrik, "haar ongenadige Heer", behandelde haar niet, "zooals 't van haar naasten bloedverwant verwacht mocht worden." Prins Emanuel vertrok naar Brussel en deed tegen een jaargeld afstand van zijn aanspraken op Portugal. Derwaarts wilde Emilia hem niet volgen, hoe ook door hem aangezicht, door de aartshertogin genoodigd. Zij kocht zich een kasteel bij Geneve. Ten deele kon zij 't betalen door den verkoop van een lijfrente van 3000 rijksdaalders, die zij van de Staten had; ter voldoening van het ontbrekende wilde zij den Leler te gelde maken. Reeds waren biljetten voor de veiling te Amsterdam aangeplakt, maar op aandrang van Don Emanuel stuitten de Staten den verkoop. Hij wist zelfs het huis voor onzijdig te doen verklaren en verlof te ontvangen, er heen te reizen wanneer hij wilde en er te vertoeven, zoolang hem goeddacht, mits - natuurlijk - niets ondernemende tegen 't belang der Republiek.
   Emilia overleed in 1629; Don Emanuel de Portugal en de toen nog levende dochters werden in het volgende jaar met den Leler beleend. Van de zoons was de jongste, Lodewijk Willem, in de Orde van Malta getreden, later intusschen gehuwd. De oudste, Emanuel, was 1628 tegen den zin zijns vaders monnik geworden en had toen, naar 't schijnt, den naam van broeder Felix aangenomen. Niet dit zal echter den R.C. vader in 1633 genoopt hebben tot de bittere klacht, dat "broeder Infelix zijn God en zijn eer verlaten had voor de ongerechtigheden der wereld." 't Zal veeleer zijn geweest, dat hij het klooster weer had verlaten. In Delft werd hij Protestant; als hopman in Staatschen dienst werd hij bij den mislukten aanslag op de stad Geldern in 1638 gewond en gevangen genomen. Naar een klooster teruggezonden, ontvluchtte hij en kwam naar Nederland, waar hij in 't hervormd geloof in 1666 stierf.
   In hetzelfde jaar 1638, toen de zoon gevangen werd genomen, stierf de vader op 70-jarigen leeftijd.
   Emilia Louise, prinses van Portugal verkocht toen den Leler, waarmede zij beleend was, met toestemming van hare zusters aan Eustatius van Hemert, die het goed in 1640 overdeed aan een anderen telg uit het geslacht van prins Willem, Philips van Nassau Grimbergen, den zoon van Justinus van Nassau. Het duurde evenwel nog eenige jaren, eer de beide, toen afwezige, broeders den verkoop goedkeurden en van het huis afstand deden. Ook eene der zusters schijnt na den verkoop er nog bezwaar tegen te hebben gehad.
   De vraag, of het tegenwoordig nog bestaande kasteel door Emanuel en Emilia is gebouwd, zooals in der tijd vrij algemeen werd gezegd, laten wij voorloopig rusten totdat wij het zullen hebben bezien. Zeker is het, dat er reeds veel vroeger een slot bestond. Men beweert zelfs, dat er nog vrij wat muurwerk van Romeinschen oorsprong in den grond voor het huis verborgen is. Hoe dit zijn moge, [1] Wijchen blijkt reeds in de 12de eeuw een vrije heerlijkheid te zijn geweest, wier Heeren er ook wel een slot gehad zullen hebben. Later kwam zij onder Gelderland. De eerste bekende beleening ten Zutphenschen rechte, (waardoor ook de dochters in het leen mochten opvolgen) geschiedde in 1403 op Berend van Galen.
   Uit dit geslacht ging de Leler in 1536 over aan het edele huis van Bronckhorst Batenburg. De drie broeders Willem, Carel en Gijsbert, waarvan de eerste in 1573 bij het Manpad doodelijk werd gewond, de laatste in 1568 te Brussel werd onthoofd, de tweede in 1580 door een Spanjaard werd vermoord, bezaten achtereenvolgens het kasteel. Toen Hermand Dirk van Bronckhorst, als erfgenaam van zijn oom Gijsbert en zijn vader Willem, in 1596 de beleening verzocht, werd daar tegen geprotesteerd door Geertrui van Dalen, weduwe van Antonie Backelier, die er het vorige jaar "mitz verwin voor schult" mede beleend was. Haar dochter, mede Geertruida geheten, was in 1601, toen zij bij transport van haar moeder met het huis werd beleend, weduwe van Docter Fredrick Boymer.
   Deze Dr. Boymer nu was in 1580 het hoofd van 't gezantschap, door de gravin douairiŤre van Bronckhorst en Wisch naar Antwerpen gezonden, om haar belangen te handhaven. 't Blijkt, dat ook de tak van Bronckhorst Batenburg aan dien rechtsgeleerde en zijn familie groote geldelijke verplichtingen had. Die familie draagt n 1609 het leen aan Emilia van Nassau op. Eerst in 1622 volgde ook de opdracht van den kant der erfgename van Herman Dirk van Batenburg.
   Na die der Batenburgs en Nassaus komen in de geschiedenis van het huis geen namen van historische beteekenis meer voor. 't Werd in 1771 een bezitting der familie Osy, een adellijk geslacht van Franschen oorpsrong, destijds te Rotterdam gevestigd, thans in BelgiŽ wonende en sedert 1817 den baronnentitel voerende.

[1= Dit is reeds eer dan ik dacht gebleken. In 't begin van December berichtten de dagbladen, dat opgravingen te dier plaatse oud muurwerk aan het licht hadden gebracht. De heer van Schevichaven had zich op mijn verzoek om inlichtingen terstond naar Wijchen begeven. Hij vond er aan den linkerkant van het voorplein, ongeveer een M. diep in den grond, vierkant muurwerk omstreeks een M. dik, van groote bakstenen. 't Was waarschijnlijk het fundament van een toren, een vertrekje vormend van ong. 4 M. in 't vierkant, met vijf treden van een uit baksteen gemetselden trap in een hoek. 't Was blijkbaar geen Romeinsch werk, maar dagteekenend uit de 16e of 17e eeuw, even als eenig ruw, zeer gewoon aardewerk, bij de opgraving gevonden. Het gebouw schijnt geheel op zich zelf te hebben gestaan, althans nergens liepen de muren door.]


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline
→