Krakatau: deel 4
inleiding
deel 1
deel 2
deel 3
deel 5
deel 6


Inhoud
Start
Het morgen- en avondrood in de laatste maanden van 1883 - deel 4

   In het laatste gedeelte van het in de beide voorgaande nummers van dit maandschrift voorkomend artikel over de vulkanische uitbarsting op het eiland Krakatau is het merkwaardige morgen- en avondrood besproken, dat in Europa in de laatste maanden van het afgeloopen jaar zichtbaar is geweest. De verschillende hypothesen omtrent de oorzaak van dit verschijnsel zijn daar in het kort genoemd, en ten slotte is gezegd, dat de hypothese veld wint, welke het eerst door Lockyer is uitgesproken. Deze onderstelling, dat het vulkanische stof van Krakatau, in de hoogere luchtlagen zwevende, de oorzaak van de schoone kleurspelingen kan zijn, wordt bevestigd door een mededeeling in de Fransche Akademie van Wetenschappen. Volgens die mededeeling heeft men in 1831, gedurende den geheelen nazomer een zeer intensief gekleurd en langdurig avondrood waargenomen. In datzelfde jaar heeft in het begin van Juli een hevige vulkanische uitbarsting plaats gehad in de nabijheid van de zuid-westkust van Sicilië tusschen Sciacca en het vulkanische eiland Pantellaria. Een nieuw eiland, Julia genaamd, dat later weer verdween, verrees boven de zee. Het eiland wierp groote hoeveelheden lava en asch uit, en in het begin van Augustus verhief zich een geweldige aschkolom hoog in de lucht. Sedert de eerste dagen van Augustus van dat jaar werd het avondrood het eerst waargenomen te Odessa, Rome, Genua, Madrid en op vele andere plaatsen in een wijde cirkel, waarvan de krater bij Sicilië het middelpunt was.
   In dezelfde zitting der Fransche Akademie heeft Becquerel een fotografie getoond van het avondrood op den 18 December van het vorige jaar. Deze fotografie, waarvan wij onze lezers een houtgravure geven, is genomen te Auteuil bij Parijs door den Heer Moussette, die zich daardoor als een uiterst bekwaam dilettant fotograaf heeft doen kennen. De hemel was prachtig rood gekleurd, en men zag bovendien zeer duidelijk een aantal veel donkerder gekleurde strepen. De onderste laag der atmosfeer, in de nabijheid van den horizon was groen gekleurd. De kleuren zijn natuurlijk op de fotografie niet zichtbaar maar de intensief gekleurde strepen zijn merkwaardig goed weergegeven.

Het avondrood op den 18 December 1883.
Het avondrood op den 18 December 1883, naar een fotografie,
genomen te Auteuil bij Parijs.

   Aan het slot van bovengenoemd artikel over de vulkanische uitbarsting van Krakatau wordt gewezen op de belangstelling, die deze buitengewoon hevige uitbarsting en haar waarschijnlijke gevolgen onder de buitenlandsche geleerden heeft gewekt, en op hun ijverige pogingen, om alle mogelijke gegevens te verzamelen voor een nauwkeurige studie van dit natuurverschijnsel. Twee merkwaardige feiten in dit opzicht zijn weder tot onzer kennis gekomen. Nordenskiöld, een aanhanger van de hypothese, dat niet vulkanisch stof maar kosmisch meteoorstof de oorzaak is van het merkwaardige avondrood, heeft in den laatsten tijd in de omstreken van Stockholm op de sneeuw een buitengewoon groote hoeveelheid stof waargenomen, dat volgens zijn onderzoek in samenstelling met meteoorstof overeenkomt. Hij brengt dit stof in verband met het avondrood, en op zijn verzoek heeft de Stockholmsche Akademie de middelen verschaft tot een uitvoerig onderzoek van dit stof. Dr. Svenonius heeft zich daartoe naar de bergvlakten van Storlien begeven om de daar in groote hoeveelheid aanwezige sneeuw chemisch en mikroskopisch te onderzoeken.
   Het tweede feit is de benoeming van een commissie uit de leden van de Engelsche Royal Society met den bekenden geoloog Sijmons aan het hoofd, wier taak het is, alle mededeelingen te verzamelen betreffende de vulkanische uitbarsting op Krakatau. De commissie verzoekt opgaaf van alle authentieke feiten, die met de uitbarsting in verband staan; de val van puimsteen en stof; de ligging en uitgebreidheid van drijvend puimsteen; de datums, waarop buitengewone hoeveelheden puimsteen op de verschillende kusten zijn aangespoeld; waarnemingen van buitengewone wijzigingen van den luchtdruk en van den waterstand der zee; de aanwezigheid van gassen in de atmosfeer; de afstanden, waarop de uitbarstingen gehoord zijn; buitengewone lucht- en kleurverschijnselen in den dampkring, enz. Elke mededeeling, hoe klein ook, zal dankbaar worden aangenomen, mits met nauwkeurige opgaaf van datum en uur.
   Aan het slot van ons artikel over de uitbarsting van Krakatau spraken wij den wensch uit, dat onze Nederlandsche geleerden het voorbeeld van het buitenland zouden volgen, en een wetenschappelijk onderzoek zouden instellen omtrent dit geweldige natuurverschijnsel met al zijn gevolgen, die voor de studie der geologie van groot gewicht kunnen zijn. De beide bovengenoemde berichten deden dien wensch nog levendiger worden. Een onzer meest geachte dagbladen gaf zelfs zijn verwondering te kennen, dat geen enkel onzer universiteiten of geleerde instelling, zooals onze Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Teyler's Genootschap en dergelijke, dat onderzoek op zich heeft genomen. De heer F.W. van Eeden, directeur van het Koloniaal Museum der Ned. Maatschappij van Nijverheid, stelde zich toen beschikbaar tot het ontvangen en verzamelen van alle mogelijke gegevens. Gelukkig komt thans de verblijdende tijding tot ons, dat de mijn-ingenieur R.D.M. Verbeek door de Indische regeering met een onderzoek dienaangaande is belast. Als kundig geoloog en grondig kenner van de geologie van Java en vooral van Straat Soenda is Verbeek de aangewezen man om dit onderzoek tot een goed einde te brengen. Wij meenen echter de opmerking te mogen maken, dat het zeer wenschelijk zoude geweest zijn, indien deze mededeeling reeds vroeger officieel en niet eerst nu slechts van ter zijde tot ons ware gekomen, en er ook in de buitenlandsche tijdschriften kennis van ware gegeven. Wanneer de heer Verbeek een gelijke openbare uitnoodiging als thans door de Royal Society is gedaan, aan allen had gericht, die in het bezit zijn van waarnemingen omtrent de uitbarsting en haar vermoedelijke gevolgen, dan zoude hij waarschijnlijk over meer materiaal kunnen beschikken. En dit is zeer gewichtig, want men moet niet vergeten, dat bij de studie van geologische verschijnselen het aantal der waarnemingen en feiten een groot gewicht in de schaal legt.

W.


webdesign & copyright
© 2001-2013 Eveline