Krakatau: deel 1
inleiding
deel 2
deel 3
deel 4
deel 5
deel 6


Inhoud
Start
De vulkanische uitbarsting op het eiland Krakatau - deel 1

   In de September aflevering van den vorigen jaargang van "De Natuur" komt een kort opstel voor over de vulkanische uitbarsting op het eiland Krakatau, van 20 Mei van het vorig jaar, en over een bezoek door een aantal nieuwsgierigen eenige dagen later per stoomboot aan dit eiland gebracht. Aan het einde van dit opstel wordt met enkele woorden melding gemaakt van de hevige uitbarsting van 26 Augustus, waarvan de eerste telegrafische berichten toen juist in Europa waren aangekomen. Van deze ongekend en in haar gevolgen zoo ontzettende uitbarsting zijn thans een zoo groote menigte bijzonderheden bekend geworden, dat wij in staat zijn onzen lezers een zooveel mogelijk getrouw verslag daarvan te geven. Wij zullen een aanvang maken met eenige aardrijkskundige bijzonderheden omtrent de ligging van Krakatau en de aangrenzende eilanden, opgehelderd door een kaartje.

Kaart van de Soenda Straat
Kaart van de Soenda Straat. Hoogte der vulkanen in Engelsche voeten.


   Het vulkanische eiland Krakatau ligt in het noordelijk deel van den zeeweg tusschen Java en Sumatra, de straat Soenda genaamd. Deze straat vormde steeds een zeer belangrijken zeeweg. Zij is ongeveer 23 uur lang en aan den zuidwestelijken ingang, die bepaald wordt door de zuidwestelijken punt van Sumatra, Vlakke Hoek genaamd, en de daartegenover gelegen landtong van Java, Eerste Punt genaamd, ongeveer twintig uur breed. De noordoostelijke uitgang is veel enger en besloten tusschen Varkenshoek, op Sumatra en Punt St. Nicolaas op Java; de straat is daar slechts ruim vier uur breed. Tusschen de beide genoemde voorgebergten van Sumatra liggen de Keizersbaai en de Lampongbaai. De daar tegenover gelegen kust van Java vertoont een paar inhammen, die den naam van Welkomstbaai en Peperbaai dragen. In het midden van de straat van Soenda ligt het eiland Krakatau met de beide kleinere eilanden: Verlaten eiland en Lang eiland. Sebessi en Seboekoe zijn twee eilanden, tusschen Krakatau en de zuidwestelijke punt van Sumatra gelegen. Halverwege tusschen Anjer en Punt St. Nicolaas ligt het eiland Merak, slechts door een zeer smalle straat van Java gescheiden. Eindelijk ligt in het nauwste deel van straat Soenda een groep eilanden, waarvan het grootste den eigenaardigen naam van Dwars-in-den-weg draagt.
   Uit de wijze, waarop Sebessi en Krakatau loodrecht uit de golven oprijzen, en uit de groote diepte der zee rondom deze beide eilanden trok Junghuhn het besluit, dat Sumatra en Java vroeger niet verbonden zijn geweest, niettegenstaande uit de overeenkomstige gedaante van hun beider kustlijnen en uit het feit, dat zij beide vulkanisch zijn, het tegenovergestelde schijnt te volgen.
   Krakatau was bijna twee uur lang en één uur breed. Het was, evenals bijna alle eilanden van straat Soenda, tot aan den 820 meter hoogen top geheel met een weelderigen plantengroei en met bosch bedekt. Krakatau zoowel als Sebessi waren geheel onbewoond, en werden slechts van tijd tot tijd bezocht, om de produkten der bosschen te verzamelen.
   De geheele streek is vulkanisch; Java zelft telt niet minder dan 46 groote vulkanen, waarvan ongeveer de helft in historische tijden in werking is geweest. Deze keten van vulkanen zet zich in het zuidelijk deel van Sumatra voort.
   Sedert deze eilanden door ons in bezit zijn genomen, hebben er verscheidene vulkanische uitbarstingen op zeer groote schaal plaats gegrepen op punten, die in de nabijheid gelegen zijn van het tooneel der laatste uitbarsting. In 1772 had de groote uitbarsting van Papandayang plaats, waarbij het geheele bovendeel van den berg verdween, een uitgestrekten krater van vijf uur lengte en 2 uur breedte overlatende. De hoeveelheid vaste stoffen, die hierbij werd uitgeworpen, was zoo groot, dat, volgens Junghuhn, een kring van ruim twee uur straal rondom den berg in één nacht tot op een hoogte van 15 meter met steenen en asch bedekt werd. Veertig inlandsche dessa's werden bedolven en 3000 mensen kwamen daarbij om. In 1822 kwam de naburige vulkaan Galonggong in werking, en 114 dessa's werden onder de asch begraven, terwijl niet minder dan 4000 menschen het leven verloren. Maar deze rampen verdwijnen in het niet bij de ontzettende verwoesting, die de uitbarsting op Krakatau heeft ten gevolge gehad. Reeds op 20 Mei l.l. geraakte de berg in werking. Te Batavia en Buitenzorg, ongeveer 35 uur van Krakatau gelegen, werden aardschokken gevoeld en ontploffingen als donderslagen gehoord. Men dacht, dat een in de nabijheid gelegen vulkaan in werking was, en toen eenige dagen later het bericht kwam, dat het eiland Krakatau de zetel van de uitbarsting was geweest, begreep men, dat een uitbarsting, die op zoo grooten afstand merkbaar was geweest, wel van zeer hevigen aard moest geweest zijn. De belangstelling was algemeen, en een week later werd zelfs een pleziertochtje naar het tooneel der onderaardsche krachten georganiseerd, waarvan in dit tijdschrift reeds in het kort is melding gemaakt. Daar het verhaal van dit tochtje waarschijnlijk de laatste beschrijving bevat van het uiterlijk van Krakatau vóór de groote uitbarsting van 27 Augustus, zullen eenige korte mededeelingen daarvan wellicht niet van belang ontbloot zijn.
   Van de noordzijde van Krakatau gezien, was het schouwspel het penseel van Doré waardig. Van het verwoeste eiland verhief zich een groote, breede rookkolom opwaarts tot in de wolken; en terwijl Verlaten eiland het oog verrukte door zijn weelderigen, tropischen plantengroei, was Lang eiland geheel verdord. De bladerlooze boomen, geschroeid, geknakt en kromgebrogen, stonden daar als kale spooksels, even kleurloos als de grond, of liever geheel in dezelfde matgrauwe tint van het puimsteen-stof gehuld, dat het geheele eiland bedekte. Tusschen deze beide eilanden verrees, een weinig op den achtergrond, de trotsche kegel van Krakatau, nog geheel met groen bedekt, en zonder eenig zichtbaar teeken van werkzaamheid. Maar aan de voorzijde van den vulkaan was alles verwoest, naakt, geheel verbrand en onder de asch bedolven, die, toen de zon er op scheen, geelgrauw van kleur werd, terwijl dikke massa's waterdamp, onophoudelijk door bliksemstralen doorkruist, van achter de kale, zacht hellende kust te voorschijn kwamen. De grootendeels sneeuwwitte wolken van waterdamp stegen eerst loodrecht ten hemel en verspreidden zich dan in steeds wijder wordende cirkels. Deze stoomstraal schoot met zulk een vervaarlijk geweld ten hemel, dat de druk in het inwendige van den berg verschrikkelijk moet geweest zijn. Van tijd tot tijd stegen er reusachtige donker gekleurde rookwolken uit op, die zich eveneens tot een hoogte van duizende meters verhieven, en zich eerst dan uitspreiden en langzaam oostwaarts dreven, waarbij de asch in zwarte strepen naar beneden viel, evenals de zwarte strepen van regenwolken aan den horizon.
   Bij het landen zonk men tot over de enkels in de asch. Op een hoogte van 66 meter stond men aan den rand van den uitbarstingskrater van de vorige week, die ongeveer 100 meter wijd was. Behalve waterdamp zag men daarin kokende zwavel en zelfs ware fonteinen van gesmolten zwavel. Het geraas was verschrikkelijk; het geluid van een afgeschoten geweer ging te midden van al dat geknal en gesis geheel verloren. Enkele personen daalden een weinig in den krater af en namen stukken puimsteen, zwavel en lava als een gedachtenis mede. Des nachts was het schouwspel boven alle beschrijving schoon en verheven. Het onderste gedeelte van de rookkolom was geheel rood verlicht en groote, blauw en geel gekleurde vlammen schoten daar aan alle zijden uit te voorschijn. Een regen van gloeiende vonken verhief zich telkens opwaarts, en wit-gloeiende steenen werden van tijd tot tijd hoog in de lucht geworpen en spatten bij hun neervallen op den bodem in duizende stukken uiteen.
   De vulkaan bleef gedurende de maanden Juni en Juli in werking. De controleur van Katimbang (op de zuid-oost punt van Sumatra) nam telkens hevige ontploffingen waar. Ook uit de naburige streken van Sumatra en Java kwamen berichten van vulkanische werkingen.
   Toen kwam de uitbarsting van 26 Augustus, zoo ontzettend in haar verschrikkelijke gevolgen. De slachtoffers kunnen bij tien duizenden geteld worden, en de materieele schade is zoo groot, dat zelfs een benaderende schatting nog niet gemaakt kan worden. Alleen in het district Bantam zijn 21.538 personen omgekomen of vermist, terwijl de schade op ruim 6 millioen gulden wordt geschat.
   Laat ons een aanvang maken met de mededeeling van hetgeen men tijdens de uitbarsting te Batavia en op eenige andere plaatsen op grooteren afstand ondervond. Wij zullen daarbij gebruik maken van de verslagen uit de verschillende dagbladen. Zondag 26 Augustus ongeveer 's middags om 12 uur, deed zich te Batavia weder het gedreun uit het westen hooren, dat snel in onrustbarende kracht toenam. In den namiddag te 4 uur of half 5, werd het geluid zoo hevig, dat een inmiddels opgekomen hevige donderbui geheel overstemd werd door het vreeselijke geluid van den vulkaan. Toen te 8 uur van het fort Prins Frederik het gewone nachtschot viel, dat anders door zijn gedreun menigen bewoner van Batavia hinderlijk is, geleek dat geluid voor de sinds uren aan die machtiger klanken gewende ooren, slechts den knal van een kinderpistool. Den geheelen nacht duurde het voort, alsof het zwaarste geschut in de onmiddellijke nabijheid werd gelost. De huizen dreunden vervaarlijk, en niemand dacht aan slapen.


webdesign & copyright
© 2001-2013 Eveline