Historie prenten: Ambacht


 HP: Index
Inhoud
Start
Nederlandsche Historieprenten
(1555-1900)
Platen-atlas

Samengesteld door G. van Rijn.
Met medewerking van Prof. Dr. G.W. Kernkamp.
Uitgeverij Amsterdam - S.L. van Looy - 1910.



Ambachten en bedrijven in de 17e eeuw:
"In de hier volgende reeks van acht plaatsjes wordt een aantal ambachten en bedrijven, zooals zij in de zeventiende eeuw uitgeoefend werden, afgebeeld naar etsen van J.G. van Vliet (1635)."

Draaier        Glas-in-lood zetter
Beeldhouwer        Weefgetouw
Kleermakerswerkplaats        Hoedenmakerij
Zeilmakerswerkplaats        Broodbakkerij


Ambachten in de 17e en 18e eeuw:
•  Gildeschilden:
"Staatkundigen invloed hebben de gilden in Noord-Nederland slechts weinig gehad, maar voor het maatschappelijk leven waren zij van groote beteekenis. Leerlingen, gezellen en meesters waren door één band verbonden. Eén der meestomvattende gilden was dat van St. Lucas, waartoe in de allereerste plaats de schilders behoorden, maar waarin ook de hierboven aangegeven vakken werden opgenomen. Tijdens de Bataafsche Republiek (1798) werden de gilden afgeschaft. Hier zijn eenige schilden afgebeeld."

Goud-Smeden Borduurwerkers Tin- en Loodgieters


•  Adreskaarten uit de 17de en 18de eeuw:
Deze adreskaart geeft niet alleen den voltooiden waaier te zien, doch ook de onderdeelen, de gereedschappen voor het vervaardigen, en de schelpen en potjes met verf, tot het beschilderen noodig.
Frans Benevelt


Adreskaart van Hendrik Jongbloedt, met de uithangteekens zijner fabrieken of winkels en een belangrijke lijst van bij hem verkrijgbare goederen.
Hendrik Iongbloedt


•  Oud-Hollandsch aardewerk.
"In de XVIIde en XVIIIde eeuw waren de aardewerk-fabrieken te Delft in, en ook buiten Holland beroemd door hun schoone producten van ceramiek.
Ofschoon gewijzigd, is bij het vervaardigen van potten toch nog de draaiende schijf voor het modelleeren noodig."
Pottebakker


•  Ambachten
"De bewerking van den diamant, van zoo groote betekenis voor de welvaart van Amsterdam, heeft, in haar wezen, in den loop der laatste eeuwen geen groote veranderingen ondergaan. Ze bestaat uit:
a. het klooven waarbij de diamant volgens de kristalvlakken gespleten wordt, hetzij om een onzuiver gedeelte te verwijderen, hetzij om beteren vorm te kunnen geven; deze bewerking is eerst sinds weinige jaren gedeeltelijk vervangen door de mechanische werkwijze van -
b. het zagen, ter verdeeling van den ruwe diamant; -
c. het snijden, waarbij door twee diamanten met kracht tegen elkander te wrijven, aan beide de gewenschte vorm in zijne hoofdvlakken wordt gegeven. Sinds eenige tijd wordt het snijden ook machinaal gedaan. Ook is het onderverdeeld in verschillende soorten naar de grootte of den vorm der steenen; bepaaldelijk is het roosjes-snijden een geheel afzonderlijke tak van bewerking, welke vooral te Amsterdam wordt uitgeoefend. -
d. het slijpen, waaronder tevens begrepen is het polijsten en waarvan de strekking is, door het aanbrengen van regelmatige facetten, den diamant de licht- en kleurenspiegeling te geven, het z.g. vuur, waardoor de diamant zich van elk ander gesteente onderscheidt. Het slijpen gechiedt op molens, die thans machinaal gedreven worden. Hoe dit in de zeventiende en achttiende eeuw geschiedde, toont dit prentje. -
Als afzonderlijk onderdeel bij het slijpen moet nog vermeld worden:
e. het verstellen, zijnde het plaatsen van de steenen in de doppen op zoodanige wijze, dat de slijper de facetten beurtelings kan aanbrengen. Bij elke drie of vier slijpers behoort één versteller."
Diamantslijper
Plaatdrukker


"Het innaaien en kloppen der ruggen is ongveer gelijk gebleven: het snijmes, rechts op den voorgrond, dat menig binder de gezondheid kostte, is door de snijmachine vervangen."
Boekbinder


"Welk een arbeid het munten was, vergeleken met het huidige, geheel machinale bedrijf, kan in geen paar woorden gezegd, maar allicht begrepen worden, als men op het gereedschap let, dat de geldmunter gebruikt."
Munter


"De dubbele, gevouwen katoenpitten, hangende over de latten of stokken, die de voorste man in de handen heeft, werden telkens opnieuw met gesmolten vet overgoten of daarin gedompeld, tot zich een genoegzaam dikke laag vet om de pit gevormd had, die dan de vetkaars heette. De bereiding der stearine- en waskaarsen heeft op geheel andere wijze plaats."
Kaarsemaker


"De touwslager, de man, "die achteruitgaande wint", ofschoon nog niet geheel en al door de machine onnoodig gemaakt, verdwijnt toch hoe langer hoe meer."
Lijndraaier


•  Gildepenningen:
"Men onderscheidt gemeenlijk twee soorten van gildepenningen:
  • welke dienden als bewijs van lidmaatschap, meestal met den naam van den eigenaar voorzien en gegoten van geel of rood koper, terwijl die der "overlieden" dikwijls in zilver waren geslagen;
  • begrafenispenningen (presentie-penningen), uitgereikt door de familie van den overledene aan diens gildebroeders, die bij de begrafenis tegenwoordig waren geweest, meestentijds gegraveerd en van lood, soms echter van edeler metaal en beter maaksel."
"Penning van het Zijde-, Wollen- en Lakenkoopers- en Kramersgilde te Middelburg, dat dagteekent van de eerste helft der 15e eeuw. Op de voorzijde is afgebeeld een winkel, waarin de verkooper laken uitmeet met de el. Links vóór de toonbank een heer, rechts een dame in de kleederdracht van het jaar 1656. Tusschen dezen een zittend hondje. Op den achtergrond hangen een handschoen, hoed, kous en kleed.
Op de keerzijde een gekroonde hoed met pluim, daarnaast (links) een bril, (rechts) een snuiter en een kam, daaronder (van links naar rechts) eeen kwast, een pot, een pak zijde, drie rollen en een pak breigaren. De penning is geslagen in geel, bronsachtig gekleurd koper."
Zijde-, Wollen- en Lakenkoopers- en Kramers-gilde


"Het Amsterdamsche Koek-, Beschuit- en Pasteibakkersgilde werd in 1693 gescheiden van het gild der Broodbakkers. De penning van den Mr. Koekbakker C. Veeger is gegoten van geel koper, doch komt ook in lood voor."
Mr. Koekbakker C. Veeger


"Penning van het Smids-, Koperslagers-, Messenmakers-, Zwaardvegers- en Geweermakers-(St.-Eloyen)-gilde, dat te Amsterdam reeds in de 15e eeuw bestond."
Smids-, Koperslagers-, Messenmakers-, Zwaardvegers- en Geweermakers-gilde


"Vóór 1662 behoorden de Boekverkoopers en -drukkers tot het aloude Schilders-(St.-Lucas)-gilde."
Boekverkoopers en -drukkers-gilde


"Het Amsterdamsche Turfdragers-gilde dagteekent van 1619. De hier afgebeelde penning is gegraveerd in zilver."
Turfdragers-gilde


"De penning van het Brouwers-gilde te Maastricht vertoont een afbeelding van St. Arnoldus."
Brouwers-gilde


"Penning van het Middelburgsche Bakkers-gilde, dat, volgens nog aanwezige documenten, reeds in 1430 bestond."
Bakkers-gilde


"Zilveren penning van het Amsterdamsche Timmermans-gilde, dat reeds in 1521 bestond."
Timmermans-gilde


"Groote begrafenispenning van het groot Kramers-gild. De Latijnsche omschriften worden gevolgd door een Hollandsche vertaling."
Groot Kramers-gild


•  Het hout en zijn gebruik:
"Tientallen jaren zijn uit Duitschland, de rivier af, groote houtvlotten hierheen gekomen, die dan voor Dordrecht vooral "gesleten", d.w.z. uit elkaar genomen en in gedeelten her en derwaarts vervoerd werden om tot verschillende doeleinden gebruikt te worden. Een groot aantal menschen brachten die vlotten stroom-af, en daar het vervoer zeer langzaam ging, werden op zulk een vlot, uit planken, hutten gebouwd, waarin de varenden verblijf hielden."
Slijten houtvlot


"Sedert de 16de eeuw zijn de houtzaagmolens bekend en al heeft de stoom reeds aan vele de wieken ontnomen, nog altijd zijn er zooveel, dat ieder ze kent. Toch zijn zij wel eenigszins van gedaante veranderd, zooals men aan den boven, in het midden afgebeelde, die 't eerste model vertoont, zien kan. De aardige en leerzame prent geeft, behalve den molen, de verschillende gereedschappen te zien, die den molenaar van noode zijn.
Rechts, op den tweeden grond, is in het verschiet een tweede molen afgebeeld, zooals wij hem nu nog kennen."
Houtzagerij


"De scheepsbouw moge, evenals de houtzagerij, groote veranderingen hebben ondergaan, toch is er nog veel bij, dat nu als toen geschiedt, en het op stapel staan van een schip, hier in beeld gebracht, kan voor meer dan één eeuw gelden als voorstelling van een bedrijf, dat geruimen tijd in Nederland heeft gebloeid en waaraan menigeen zijn bestaan te danken had. Vooral de Zaanstreek was in de zeventiende en de eerste helft der achttiende eeuw beroemd door hare scheepstimmerwerven."
Scheepsbouw


"Sinds Willem Beukelsz., van Biervliet, (overleden 1397) een verbeterde wijze van haringkaken had uitgevonden, is in Holland de haringvisscherij, -pakkerij en -handel steeds toegenomen. Deze handel is, met houtzagerij en scheepsbouw, een der bepaald Hollandsche bedrijven, waarom dit prentje dan ook hier is opgenomen. Op den achtergrond links is de Haringpakkerstoren te Amsterdam afgebeeld, in welks buurt bedoeld bedrijf op de afgebeelde wijze werd uitgeoefend."
Haringpakken


Ambachten en bedrijven in de 18e en 19de eeuw:
"In denzelfden geest als Jan Nieuwenhuyzen werkte ook J.H. Swildens, eerst publicist te Amsterdam, later hoogleeraar te Franeker. In 1781 gaf hij uit een 'Vaderlandsch A-B-boek voor de Nederlandsche jeugd', waaruit hier eenige afbeeldingen zijn overgenomen. Het bevatte een aantal kopergravures, met twee-regelige versjes en bijschriften in proza, verder de 'eerste beginselen van het cijferen en van alle kunsten en handwerken', spel- en leesoefeningen enz. Daar Swildens een vurig patriot was, trachtte hij in zijn voor de jeugd bestemde boekjes deze ook op te voeden in patriottische denkbeelden."
Papierfabricage


"Op dit plaatje vindt men de geheele linnen-industrie, van den akkerman tot het bleken toe."
Linnen-industrie


Ambachten en bedrijven in de eerste helft en midden der 19e eeuw:
"De prentjes zijn ontleend aan gravures van Henry Brown in 'De Nederlanden. Karakterschetsen' enz. (1841), schetsen van Jacob van Lennep, J.P. Hasebroek, J.J.L. ten Kate, Nicolaas Beets e.a. - en aan het werk 'Nederlanders door Nederlands geschetst' (1842), onder redatie van H.H. Hageman Jr., met medewerking van Ten Kate, N. Gerson, W.H. Warnsick Jr., R. v.d. Berg e.a."

"Het wafelmeisje, in haar Friesch of Noord-Hollandsch costuum (wel wat geflatteerd), die het gebak van de wafelkraam op de kermis aan huis bezorgde, is in onze maatschappij niet meer bekend."
Wafelmeisje


"De klepper (deftiger nachtwacht genoemd), die, na zijn tik-tak-tik met de klep, nog het 'tien uur heit de klok' riep, als hij aan het laatste huis van zijn wijk was, om dadelijk daaop het 'half elf heit de klok' te doen volgen, bestaat alleen nog maar in herinnering."
Nachtwacht of Klepper


"De Rotterdamsche sleeper, die op zijn voertuig zonder raderen, maar met zijn vaatje water voorop zijn slede, waardoor de straat werd glad gemaakt, zijn vrachtje vervoerde, is ook reeds voor velen een onbekende."
Sleeper


"Nog niet verdwenen is de baker, wier plicht was, volgens Hageman, 'den jonggeboren burger dezer aarde te wasschen, te kleeden, in te pakken, in doeken en luijers te rollen, dadelijk met pap te vullen en in zijne kleederen zoo stevig te knellen, dat hij over een huis zou kunnen geworpen worden!'"
Baker


"De muziekonderwijzer van toen verschilt van zijn hedendaagschen collega, als de oude platte piano (clavecimbaal) van de huidige pianino."
Muziekonderwijzer


"Ook den kruier, ofschoon meer bepaald een Amsterdamsche figuur, kennen we nog, maar zijn taak is reeds aanmerkelijk ingekrompen en slechts zelden brengt hij nog, bepakt met hondje en pakjes en regenscherm, oude en jonge dames van een partijtje naar huis."
Kruier


"Hoe de post van brievenbesteller in 1840 in aard verschilde met de tegenwoordige, blijkt voldoende uit de kleeding, die om meer dan één reden thans minder doelmatig zou zijn."
Brievenbesteller


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline