Verslag 1880/1881


 Overzicht
Inhoud
Start
Verslag der weesinrichting over 1880/1881


   "God is een Vader der weezen." Deze woorden, door den grooten koninklijken dichter David uit eigen levenservaring geput en door den Heiligen Geest op zijne lippen en in zijn pen gelegd, hebben eene heerlijke geschiedenis. Geene woorden zijn er, waarvan de vervulling zoo duidelijk door honderden en duizenden is ondervonden, als deze. Gods Vaderliefde wordt nog elken dag door alle ouderloozen, die met Hem in aanraking gebracht worden, of hun vertrouwen op Hem stellen, evenzeer ondervonden als in Davids tijd.
   Hoe treurig en hoogst beklagenswaardig zou het lot der moeder- en vaderlooze kinderen zijn, indien de Heere God niet voor hen zorgde. Zeker is er geen grooter voorrecht op aarde, dan zijne ouders tot rijperen leeftijd te mogen bezitten; die vaderlijke raad en moederlijke hulp en liefde - de behoefte hieraan blijft zelfs tot aan de grijsheid bij: het zijn als het ware de beide steunpilaren waarop naast God het menschelijk leven rust. Wat moet het dan zijn, hen reeds in de vroegste jeugd te moeten missen, reeds als kind onder alle vrienden en betrekkingen geen vader en moeder meer te vinden. Wij verstaan de tranen die daar vloeien langs de wangen, wanneer het kleine kind hulpeloos en verlaten in de eenzame woning achterblijft. Op wien zal het hopen? tot wien de toevlucht nemen? Daar ruischen als in de stilte van den donkeren nacht de woorden Gds: "God is een Vader der weezen." Wanneer de groote, almachtige God, dat aanbiddelijk Wezen, zich een Vader der ouderloozen wil laten noemen, wat moeten wij, zondige menschenkinderen, die in zijne liefde mogen deelen, niet voor de weezen willen doen!
   Er is voorzeker geen arbeid van alle werkzaamheden die de Heere God hier aan zijne gemeente heeft toevertrouwd, welke zoo heerlijk en Gode welgevallig is, als dit werk. Zij, die zich hiertoe overgeven, kunnen rekenen dat de Heere God aan hunne zijde is, want het is zijn heilige wil, dat de ouderloozen en verlatenen zullen deelen in de liefde zijner geloovigen, en daarom is en blijft de zuivere en onbevlekte godsdienst nog steeds: "Weduwen en weezen te bezoeken in hunne verdrukking en zichzelven onbesmet te bewaren van de wereld."
   Achttien jaren lang heeft de Heere God ons moed en kracht willen schenken om onder de ouderlooze kinderen werkzaam te zijn. Ten allen tijde, doch ook bijzonder in het afgeloopen jaar, hebben wij ondervonden dat de Heere God een helper van den wees is.
   Het getal weezen is nu geklommen tot 607, en de Heere God gaf ons dagelijks niet alleen het noodige hiervoor, maar beschikte ons bovendien middelen om aan de Inrichting nog uitbreiding te geven.
   Bij het laatste jaarfeest, 16 Juni 1880, was de nieuwe keuken pas in gebruik genomen. Het nieuwe kantoor, de provisiekelders en keuken, waartoe de oude keuken toen werd ingericht, waren in aanbouw. Dit werk hebben wij mogen voltooien. Van een nieuw weeshuis, met vier ruime schoollokalen, waren de fondamenten gegraven en de eerste steenen er in gelegd. De Heere God heeft ons de noodige middelen doen toekomen, waardoor wij in staat gesteld zijn om dit groote gebouw te voltooien. Hiervan is een getrouwe afbeelding achter dit verslag gevoegd, en een 120-tal ouderlooze kinderen hebben hierin reeds een schuilplaats gevonden, namelijk voor den nacht, daar de slaapzalen reeds vol ledikanten staan. De schoollokalen zullen na dit jaarfeest in gebruik worden genomen.
   Behalve deze veranderingen en aanbouwing hebben wij den ouden timmerwinkel tot eene droogkamer voor de wasch mogen hervormen. Dit is nu de derde verandering die dit gebouw ondergaat. De eerste bestemming was "overdekte speelplaats", de tweede "timmerloods" en nu "droogkamer". Telkens heeft het uitmuntende diensten bewezen, doch de laatste bestemming is nog de allerbeste en noodzakelijkste, want wij waren vaak in groote verlegenheid, vooral in den winter, om het groote aantal kleedingstukken (wekelijks worden tusschen de 5 en 6ooo stuks gewassen) droog te krijgen. Nu is in de laatste dagen achter de loods nog een klein gebouw geplaatst, om er te strijken en de droge wasch te vouwen. Onze timmerman VAN YPEREN, die zoodoende uit zijn goede werkplaats (echter te klein voor zijn groot getal leerlingen) verdreven werd, heeft gelukkig niet zonder dak behoeven te b;ijven, hij heeft zich wel weten te redden. De oude schuur, waarin vroeger de boerderij was, stond voor een gedeelte ledig en kon worden ontruimd, en deze is nu herschapen in een zeer geschikten timmerwinkel, waar de meester met zijne 26 leerlingen zich ruim en vrij kan bewegen en reeds zeer druk is om voorbereidende maatregelen te nemen tot den bouw der Weezenkapel.
   Op verscheidene plaatsen zijn aan de reeds gebouwde woningen gedurende dit jaar nog veranderingen en verbeteringen aangebracht, Daar onze landbouwer, GEERDES, dit jaar in het huwelijk is getreden, is het voorste gedeelte van de nieuwe schuur tot woonhuis ingericht.
   Al de verschillende werkzaamheden: timmeren, metselen en schilderen der huizen hebben de bazen met behulp der weesjongens, die deze handwerken leeren, verricht. Voor het timmeren hebben wij geen hulp van buiten behoeven in te roepen. Onze mr. timmerman VAN YPEREN, heeft dit met behulp van de weesjongens kunnen doen, bovendien nog 120 ledikanten voor het nieuwe weeshuis kunnen vervaardigen en aan het meublement van de oude weeshuizen vele verbeteringen mogen aanbrengen.
   De grootste uitbreiding heeft de landbouw gekregen. Door de erflating van wijlen mevr. de wed. EIGENMAN-DE HAAN waren wij in het bezit gekomen van een vrij aanzienlijk kapitaal. Door den bouw der nieuwe woningen en de opname van zeer vele weezen waren wij echter in de noodzakelijkheid gebracht, een gedeelte dezer gelden te gebruiken, ten einde te betalen wat wij schuldig waren. Dit nam echter niet weg, dat wij zeer gaarne de overblijvende gelden zoo goed mogelijk rentegevende wenschten te beleggen. Wij hadden in de laatste jaren door het in huur nemen van wei- en hooiland onze boerderij zeer mogen uitbreiden, doch de huur van wei- en hooiland is alhier zeer hoog. Daarbij is het eene levenskwestie voor onze Inrichting, de boerderij zoo groot mogelijk te hebben, dat zoo mogelijk alle levensmiddelen door de weezen zelven kunnen verbouwd worden. Ten eerste is dit goedkooper, en ten tweede is wat men zelf verbouwt, in den regel veel beter dan wat men koopt. Melkerij is een vereischte, niet alleen om boter en karnemelk, maar vooral om melk te hebben voor onze zwakke kinderen. Dit deed het bestuur besluiten tot aankoop van ruim 19 hectaren bouw- en weiland, gelegen bijna in de onmiddellijke nabijheid van de Weesinrichting. Wij mochten bijzonder de goede hand onzes Gods hierin zien, dat deze landerijen ons te koop werden aangeboden, juist op een tijd dat wij in staat waren ze te koopen. De koop is geschied voor f 28,000. Een hypoyheek van f 12,000 moest in het land gevestigd blijven. Deze schuld wordt ruimschoots gedekt door hypotheken die wij door de erfenis van wijlen mevr. EIGENMAN-DE HAAN hebben gekregen en door gelden die aan de Inrichting vermaakt zijn en waarop nog lijfrente rust. Door den aankoop van dit land zijn wij eigenaar geworden en hebben recht gekregen op de uitgangen van twee wegen, die nu reeds voor de Weesinrichting groote voordeelen opleveren. Wij zijn voornems om het grootste gedeelte dezer landerijen in wei- en hooiland te veranderen. Als dit werk is afgeloopen, zal de waarde van dit land minstens verdubbeld zijn.
   Het getal paarden is weer vermeerderd; wij gebruiken nu 4 paarden voor den landbouw, waarvan er één een geschenk is, 1 hit, 13 melkkoeien, 5 ossen die vetgemest worden, 10 varkens en 60 kippen. Onze landbouwgereedschappen hebben wij ook moeten vermeederen, doch de Heere God heeft ook het noodige geschonken om dit te kunnen doen.
   Onze tuinman voorziet de Weesinrichting overvloedig van groenten, hetwelk zeker ook een groote zegen is, waardoor wij in staat zijn, onzen weezen zoowel des zomers als des winters de noodige afwisseling in spijze te geven. De bloemkweekerij levert mede veel voordeel op.
   Een andere voorname bron van inkomsten is de Weezendrukkerij. In vier jaren tijds is hiervan een zuiver batig saldo van f 36,000 in de kas der Weesinrichting gevoeid. Het laatste jaar bedroeg het bijna f 11,000. Daarbij is de aankoop van alle materialen, die gebruikt worden op de letterzetterij, de drukkerij en de binderij, geheel geschied uit de opbrengst van dezen tak van nijverheid; nooit is eenig geld, voor de weezen gegeven, hiervoor gebezigd, en nog wijst de balans bij een zeer lage berekening van de drukkerij en binderij aan, een zuiver saldo van meer dan f 42,852,84. Deze berekening is zóo laag, dat bij een publieke verkooping de opbrengst minstens een vierde hooger zou zijn. Deze tak van nijverheid eischt echter vele en groote zorgen. Aan vier snelpersen altijd werk te verschaffen, daartoe moet er menig lettertje op papier gezet worden. Daarbij is de administratie zeer groot. De tijdschriften en bladen worden steeds in grootere kringen gelezen, en nemen in aantal abonne's toe. Voor den zang en de muziek hebben wij dit jaar zeer veel kunnen doen. Verschillende christelijke Zangvereenigingen zijn in ons land ontstaan als gevolg der uitgave van de Neerbosch' Zangen, en het zingen der weezen op verschillende plaatsen. Een prachtige uitgave is dit jaar verschenen van César Malans liederen, getiteld: "De Harpe Zions," in Franschen en Hollandschen tekst, waarvan professor BEETS en ds. HASEBROEK gunstige getuigenissen hebben gegeven. Dze uitgave is geheel het eigendom der Weesinrichting en aan haar afgestaan, door ds. ADEMA VAN SCHELTEMA, die door zijne ijverige bemoeiingen voor het volksgezang, en niet het minst door dezen belangrijken arbeid met onzen vriend SNEEP, in Gods hand het middel is, dat het christelijk lied onder ons volk weder in eere komt. Neerbosch' Zangen worden nu reeds allerwege gezongen en bij alle gelegenheden. Het Neerbosch' lied ruischt op bruiloften en bij het graf van geliefde dooden.
   Onze binderij is voor de drukkerij als het roer voor een schip. Zij die onze Weesinrichting bezoeken kunnen daar zien wat onze weesjongens er arbeiden, en vooral bevelen wij aan, den boekenstal in den "Koepel" eens te gaan zien, waar men bind- en drukwerk tegelijk in oogenschouw kan nemen.
   De klompenmakerij en schoenmakerij dragen zeer goede vrucht, en voorzien ons groote huisgezin van zeer deugdelijk en goed schoeisel. Dit is ook een zeer groot werk: men bedenke dat er nu ruim 600 paar schoenen moeten zijn, wanneer allen één paar zullen bezitten, en dat de meeste kinderen twee paar schoenen per jaar noodig hebben en iedere twee maanden of 6 weken een paar klompen. Dit is dus 1200 paar schoenen en 4260 paar klompen per jaar.
   Het onderwijs der Weesinrichting gaat mede zeer gezegend, onze hoofdonderwijzer is de heer VAN DER SCHUUR, 290 weezen ontvingen in't afgeloopen jaar geregeld - de jongens wekelijks 34, de meisjes 27 uren onderwijs in de gewone vakken en de Bijb. geschiedenis. Het onderwijzers-personeel bleef hetzelfde. De leermiddelen werden vermeerderd en verbeterd. - Het zangonderwijs was de bijzondere taak van onzen vriend KORFKER, terwijl de onderwijzer POTT gedurende de wintermaanden aan vele groote jongens teekenen leerde. Onderwijs in de muziek aan het korps gaf de heer GöTS uit Nijmegen; in de gymnastiek werden vele schoolkinderen geoefend door den heer VERKERK, mede uit Nijmegen. 't Aantal kweekelingen voor 't onderwijs was zes.
   Mejuffrouw DOMMISSE staat nog altijd aan het hoofd van het Moederhuis en de bewaarschool, die door een 40-tal kinderen wordt bezocht.
   De heer BELMER is onze trouwe vriend in het ziekenhuis, en wordt ijverig gesteund door Mejuffrouw MONTEZAAN.
   Den heer HEERSINK is het catechetisch onderwijs opgedragen, dat ook zeer goede vruchten draagt. In het afgeloopen jaar hebben 19 weezen belijdenis des geloofs bij ds. SMITS te Nijmegen afgelegd en zijn door ds. MOULIJN bevestigd. Van beide predikanten hebben wij zeer goede hulp in het behartigen van de godsdienstige belangen der ouderlooze kinderen.
   Er zijn op dit oogenblik vier verschillende afdeelingen, waar de meisjes onderwijs gegeven wordt in naaien, mazen, breien, haken enz. Aan het hoofd van de naaischool staat Mejuffrouw KORVINUS. Hier is overvloed van werk, daar niet alleen het nieuwe gemaakt, maar ook het oude moet versteld worden.
   Onze nieuwe kleermaker, die in de maand Mei is aangekomen, heeft reeds meer dan 300 weesjongens van een geheel stel bovenkleederen kunnen voorzien.
   Mejuffrouw SIPMAN, mijne schoonzuster, heeft een zwaren last op hare schouders, dikwerf bijna te zwaar om door één persoon te worden gedragen. Ten eerste de regeling van de werkzaamheden van alle vrouwelijke medearbeiders; de zorg voor de orde in alle huizen, slaapzalen enz., de zorg voor de kleeding, ook voor de jongens, en de hoofdleiding van de opvoeding der meisjes. Daarbij is zij altijd tegenwoordig bij elken maaltijd van de oudste meisjes om voor te gaan in 't gebed en het lezen van het Woord Gods. Mijne vrouw heeft de bestiering van de keuken en alles wat daarmede in verband staat, voor de geheele Inrichting, en regelt verder de werkzaamheden in overleg net Mejuffrouw SIPMAN.
   Onze medearbeidsters GEERTRUI VAN DER GRIEND en HUIBERTJE MUILWIJK staan Mejuffrouw SIPMAN getrouw ter zijde, met nog vele anderen, wier namen wij alle onmogelijk hier kunnen noemen, meestal vroegere weezen. De hoofdleiding van de jongens is toevertrouwd aan onzen medearbeider BLOEMENDAL, wien nu ook onze vriend SNEEP is toegevoegd. Dit is een zeer zware taak, een moeilijk werk; het vereischt zeer veel geduld en wijsheid. De heer BLOEMENDAL heeft ook de godsdienstige leiding des morgens in de Weezenkapel en een gedeelte der administratie voor zijn rekening, terwijl aan onzen medearbeider SNEEP de leiding van zang en muziek is opgedragen.
   De administratie der Inrichting is een veelomvattend werk en is opgedragen aan den heer VAN DER VLUGT, die geholpen wordt doopr M. BREEBAART en J. GOES. Deze laatsten hebben bijzonder de taak om voor de administratie der drukkerij te Nijmegen te zorgen. Vriend MOORA heeft de verzending voor zijne rekening, en vele andere bezigheden naar buiten, zoodat hij dikwijls op reis moet zijn.
   Onze trouwe Mr. MILBORN staat altijd nog vol moed aan het hoofd van de steeds grooter wordende Weezendrukkerij, waarvan in Neerbosch nu een afdeeling geplaatst is, zoodat zijn leger van letteren in twee heiren is gesplitst. LOUWERSE staat aan het hoofd der afdeeling "Neerbosch".
   Ziedaar, waarde vrienden, een kort overzicht arbeidsveld; het is een overzicht als bij vogelvlucht.
   Ikzelf heb geregeld voort kunnen arbeiden; de Heere God heeft mij genadiglijk bewaard voor zware krankheid. -- De godsdienstoefeningen voor de weezen, zijn zooveel mogelijk door mij driemaal per week gehouden, en de Heere God heeft daarop rijkelijk Zijnen zegen willen schenken. De helft van de weezen echter kan niet meer deelnemen aan de samenkomsten, daar deze plaats van vergadering veel te klein is geworden.
   Lieve vrienden, wie helptons nu een Kapel bouwen? Het ondergedeelte is reeds afgebouwd en wij hopen het met 't voorjaar zoo spoedig mogelijk te kunnen voltooien. Wilt gij mij persoonliujk een vreugde bereiden, helpt dan daarvoor eenige steenen aandragen.
   De opvoeding der weezen gaat zeer gezegend vooruit. Het zijn voor een groot deel kinderen, die geheel verwaarloosd tot ons gebracht zijn. De laatst aangekomenen zult gij al spoedig tusschen de menigte kunnen uitvinden; in den laatsten tijd zijn eenige kinderen tot ons gebracht, die, wat hun zedelijk gevoel en zin voor reinheid betreft, haast beneden het dier staan.
   Rijke vruchten mogen wij zien in de opvoeding van de weezen, die de Inrichting verlaten hebben. De vruchten overtreffen verre onze verwachting. Met de weezen die de inrichting verlieten (hun getal bedraagt meer dan 600) bl;ijven wij nog voor het grooter deel in bruefwisseling. Op mijn verjaardag ontving ik ruim honderd brieven en briefkaarten met gelukwenschen van vroegere weezen.
   De Heere God heeft ons ook dit jaar genadiglijk bewaard voor besmettelijke ziekten. Zeven kinderen zijn ons ontvallen ten gevolge van klierlijden en tering, en twee door hersenziekte. Dit is zeker een klein getal op een bevolking van ruim 600 personen. De meesten van hen zijn zeer blijmoedig gestorven. Zoo wijs ik u op het heerlijk heengaan van RICHARD STIJGER, die langen tijd aan de tering geleden had. Zes weken voor zijn dood liet hij onzen vriendBELGER roepen, en toen deze tot hem kwam en hem vroeg: "Zal ik voor u bidden?" antwoordde hij met een vreugdevol gelaat: "Neen, niet bidden, maar danken, want nu weet ik, dat Jezus mijne zonden heeft uitgedelgd." Dat hij dit niet in eenige gemoedsbeweging of opwinding sprak, bewees hij al de dagen der zes weken, die nog vóór zijnen dood verliepen. Toen ik daags vóór zijn sterven bij hem kwam en vroeg: "Hoe is het, Richard?" antwoordde hij: "Goed, goed, Jezus, Jezus!" -- Zoo ook kunnen wij wijzen op een meisje, JANTJE VAN ASSEN. Zij had een zwaren strijd te voeren met hare braafheid; Jansje was altijd een braaf, oppassend meisje geweest, dat zelden reden tot klagen gaf; maar juist dit maakte, dat zij niet erkennen kon, den Verlosser noodig te hebben. Op zekeren avond ging haar het licht op en zag zij, dat zij met al hare deugd en braafheid toch verloren zou zijn, zoo Jezus haar niet redde. Nu riep zij uit: "Ik heb het, ik heb het!" en toen haar gevraagd werd wat zij had, gaf zij ten antwoord: "Ik heb Jezus en laat Hem niet meer los." -- Meer voorbeelden nog zouden wij u kunnen aanhalen.
   De geneeskundige hulp is altijd met veel zorg door den heer CAPELLE, dokter te Beuningen, verleend. In bijzondere gevallen hebben wij nog de hulp gehad van dr. KOLFF uit Nijmegen.
   De Heere God heeft ons iederen dag het noodige geschonken, wij hebben uit zijne hand geleefd en hieruit ook ontvangen wat wij behoefden. Meermalen was het water tot aan de lippen, doch wanneer wij het laatste geld, dat wij in kas hadden, uitgaven, waren er dikwijls rijke gaven onder weg. In het geheel hebben wij ontvangen de som van f 123,909,78, hieronder in een groot gedeelte van de erflating van Mevrouw EIGEMAN begrepen. Wij hebben voor den bouw van de nieuwe huizen uitgegeven f 24992,26 en voor aankoop van landerijen, f 18675 voor het aanschaffen van het meublement voor het nieuwe huis hebben wij een rijken zegen gehad van de te Rotterdam gehouden Bazaar, die de som vanf 4233.50 opbracht. Van de Engelsche Klokkenspelers ontvingen wij eene som van f 4692,14 waarvoor wij deze vrienden recht dankbaar blijven. Verder hartelijk dank aan al de verschillende vereenigingen vooral ook aan onze goede Persis te Amsterdam, die ons door het vervaardigen van kleedingstukken en het verzamelen van gelden in den weezenarbeid hebben willen steunen.
   Het getal gedurende dit boekjaar opgenomen weezen bedraagt 93; 35 hebben ons verlaten.
   In den laatsten tijd heeft de Heere God in zijne vaderlijke liefde de hoogsten uit den lande tot ons gevoerd. Wij hebben een bezoek gehad, zooals onze vrienden weten, van H.K.H. Prinses Marianne der Nederlanden, die hare groote tevredenheid betuigde, niet alleen in woorden, maar ook in daden, getuige de rijke gift van f 1000.
   Het verblijdt ons, dat alle standen en richtingen, ook op godsdienstig gebied, zich te Neerbosch gelukkig gevoelen. "Waar liefde woont gebiedt de Heer den zegen, daar woont Hij zelf."
   De leden van het Bestuur zijn gelukkig dezelfden gebleven; onder hen heerscht de meeste overeenstemming en een goede geest. Sommigen hunner bezoeken mij wekelijks, soms dagelijks, en staan met raad en daad mij bij.
   En nu, mijne vrienden, bevelen wij nogmaals den weezenarbeid in uwe belangstelling en gebeden aan.


- - - - - - -


De titel der WEESINRICHTING is:

VEREENIGING TOT

OPNEMING EN OPVOEDING

VAN VERWAALOOSDE WEEZEN,

GEVESTIGD TE NIJMEGEN.


webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline